Amos is een boer, een schapenfokker te Tekoa en spreekt duidelijke taal.
Zijn profetie is doortrokken van het onrecht dat hij waarneemt, overal om hem heen ziet gebeuren.
Hij spreekt duidelijke taal: De ondergang zal komen door verwaarlozing van het recht, door gebrek aan gerechtigheid in de samenleving, armen en machtelozen delven het onderspit. Jullie vertrappen de zwakken. Daarom heeft God ook geen behagen in je vredesoffers, in je liederen en feesten. Het onrecht dat begaan wordt, is zowel tegen andere mensen als tegen God. Amos kan die twee niet los van elkaar denken. Geloven en handelen zijn met elkaar verweven. Daarin klinkt ook door hoe deze wereld anders kan en anders moet. Het onrecht is in ons handelen en in ons bidden. Hoe verhouden die twee zich voor ons tot elkaar? Welke onrecht nemen wij waar?

Lees meer …