Waar gaat het zondag over?

Cyclus ‘Vrouwenverhalen in Openbaring’

Cyclus vieringen EUG-Janskerk november 2017

Het laatste bijbelboek, Openbaring, wil de volgelingen van Jezus in Klein-Azië (het huidige Turkije) bemoedigen. De gemeenschappen waarin zij leefden zochten naar hun identiteit, in de verbinding met hun Joodse wortels. Ze stonden onder druk vanwege het Romeinse imperium en werden soms vervolgd. Het boek wil hoop brengen in een ogenschijnlijk hopeloze situatie. Het spreekt van Gods oordeel over de onrechtvaardige machten, en in dat oordeel ligt de redding voor de oprechten.

De gewelddadige taal roept ongemak en verlegenheid op bij moderne lezers, ook omdat die ons kritisch confronteert met de machten in onze eigen wereld en onze verhouding tot hen.

Die verlegenheid wordt nog sterker als we kijken naar de beelden van vrouwen in het boek Openbaring. Dan lijkt de revolutionaire strekking van het boek ver te zoeken. De vrouwen worden heel stereotiep neergezet, vanuit een dominante mannelijke visie: of helemaal goed (de barende vrouw, de bruid) of helemaal slecht (de profetes Izebel, de hoer Babylon). Vrouwelijke sexualiteit lijkt te worden ingeperkt, geweld tegen vrouwen te worden gesanctioneerd. Zelfs wanneer we proberen te begrijpen hoe de verwijzingen naar vrouwen bedoeld zijn, dan nog blijft het taalgebruik storend en gevaarlijk, omdat het rolbevestigend en vernederend is.

De Filippijns-Canadese theologe Kim S. Vidal heeft in diverse vrouwengroepen een contextuele lezing ontwikkeld van de vrouwenverhalen in Openbaring. De bevrijdende kracht ervan kan alleen ont-dekt worden als de traditionele beperkende en vernederende stereotiepe beelden van vrouwen in een tegen-lezing ontmaskerd en ontzenuwd worden – en vervangen door beelden die vrouwen ook in hun vrouw zijn recht doen. Zo blijft Vidal naar de bevrijdende zeggingskracht van het boek zoeken. In deze cyclus zoeken wij met haar mee.

Kim Vidal doet verslag van haar zoektocht in het boek Moon under her feet. Women of the Apocalypse (Wild Goose, 2004). Ze sluit hiermee aan bij The women’s Bible commentary uit 1992 (in 1995 in het Nederlands verschenen onder de titel Met eigen ogen. Commentaar op de bijbel vanuit het perspectief van vrouwen). Beide boeken zijn te leen bij Harry Pals.

5 november ‘De bruid – een nieuw Jeruzalem’ viering van Allerzielen

Voorganger Harry Pals, m.m.v. het Janskoor
Openbaring 19 : 1-8 en 21 : 1-11

Johannes mengt het Joodse motief van een nieuw Jeruzalem dat tot in de laatste dagen in de hemel wordt bewaard met het beeld van Gods volk als de bruid van Christus. Het nieuwe Jeruzalem wordt zelf een beeld voor het volk van God dat de aarde erft.

Het beeld van de bruid contrasteert met het eerdere beeld van de hoer (hoofdstukken 17-18): de bruid wordt gekleed, de hoer gestript; de bruid wordt ter bruiloft genodigd, de hoer ter dood veroordeeld. De mannelijke en heterosexuele blik overheerst. Kunnen we door deze eenzijdige beelden heen kijken en troost, hoop en volharding putten uit deze verhalen? Vrouwelijke uitleggers proberen begin en eind van de bijbel met elkaar te verbinden: mannelijk en vrouwelijk wordt de mens geschapen, vertelt Genesis (1 : 27), gelijkwaardig – maar wat komt er terecht van die gelijkwaardigheid? Maar moeite en dood horen tot de eerste dingen die voorbijgaan, vertelt Openbaring, hemel en aarde worden nieuw gemaakt (21 : 1-4) – komt het dan ook tot een hernieuwde vereniging van het mannelijke en vrouwelijke?

12 november ‘De profetes - Izebel’

Voorganger Joop Smit
Openbaring 2 : 18-29

De brief aan de gemeente van Tyatira is één van de 7 brieven die de hemelse Christus aan Johannes opdraagt te schrijven. De brief is na de eerste lof nogal kritisch. Er klinkt kritiek op een vrouwelijke leider, die zichzelf profetes noemt. Zij krijgt de bijnaam Izebel, een verwijzing naar een koningin van heidense afkomst uit Israels geschiedenis. Die verleidde het volk tot deelname aan de vruchtbaarheidscultus van de Baäl. Daarmee werd ze de tegenstander van de profeet Elia.

Zij wordt geassocieerd met hoererij en het eten van afgodenvlees. Hoererij staat in de traditie van de bijbel voor het dienen van afgoden. Er was onder de eerste volgelingen van Jezus een discussie of zij het vlees dat overbleef van heidense offerrituelen konden eten. Dat vlees werd gegeten bij openbare eetfestijnen waar je aan je netwerk kon werken. In het apostelconvent was afgesproken dat Jezusvolgelingen uit de heidenen zich zouden moeten onthouden van vlees dat aan de afgoden is geofferd; Paulus deed er laconiek over, de schrijver van Openbaring duidelijk niet.

Waar staan de aanduidingen ‘Izebel’,  ‘hoererij’ en ‘afgodenvlees’ voor? Hebben die ook zeggingskracht voor onze tijd? Kunnen we door de voor vrouwen negatieve beelden heen kijken?

19 november ‘Een vrouw - baarmoeder’ premièreviering Vrouwe Wijsheid

Voorgangers Elise Rommens-Woertman en Johanneke Bosman, m.m.v. het Janskoor
Openbaring 12

Het verhaal doet denken aan de verhalen over verschillende heidense godinnen; daarin komen ook attributen als sterren en planeten voor, en er zijn verhalen bekend over een goddelijke moeder van wie het kind wordt aangevallen door een chaosmonster en dat met goddelijke hulp ontsnapt. Er klinken ook toespelingen op teksten uit het Oude Testament (o.a. psalm 2 – een profetie over de Messias – en profetische verhalen over de strijd van de Eeuwige tegen de vijanden van Israel die als draakachtige monsters worden voorgesteld ). De vrouw lijkt te staan voor het volk Israel dat de Messias voortbrengt, maar ook voor de gemeente van Jezus’ volgelingen: die moet nog een tijdlang lijden onder de dreiging van de draak – maar die is in de hemel al verslagen. 

De vrouw heeft macht, want de draak is bang voor haar. Haar kracht om te baren opent toekomst. De hemel komt haar daarbij te hulp. Is dit baren ook te horen als kritiek op de mensenoorlogen? : laat het oorlogen over aan de hemel; vertrouw op de zachte, leven brengende krachten van mensen.

Het hoofdstuk sluit goed aan bij het schilderij dat we op deze zondag onthullen – over een vrouw die de wijsheid baart – en bij de liederen die hierbij gemaakt zijn en ook gepresenteerd worden.

26 november ‘De hoer - Babylon’

Voorganger Thea Peereboom
Openbaring 17 : 1 – 18 : 3; 19 : 1-2

In het boek Openbaring komt een verwijzing naar hoererij 19 x voor. Steeds duidt dat op de ontrouw van mensen aan God, op het achterna lopen van vreemde goden, van afgoden. Dat is overgenomen uit de profetische geschriften van het Eerste Testament, waar de Eeuwige de trouwe echtgenoot is en Israel de ‘ontuchtige’ vrouw. Maar hoe dan ook: er gebeurt wat met ons als lezeressen en lezers, wanneer dit verhaal verteld wordt in beelden die vrouwen negatief afschilderen. Dieptepunt is de opgetogenheid van de verteller over de vernedering, verminking en verbranding van een vrouw (17 : 16) – al is die symbolisch, dat suggereert toch dat vrouwen zulk geweld soms verdienen.

Johannes verbeeldt de afgodische macht van Babylon (dat staat voor het Romeinse Rijk) door het beeld van de rijk geklede hoer, die ten val gaat komen. Dat Rijk is een afgod, omdat het geweld gebruikt en de rijkdommen van heel de wereld opslorpt. Maar aan dat Rijk komt een einde, als eens Gods geduld op is. Daarmee spreekt Johannes zijn medezusters en –broeders moed in.

Geeft dit verhaal door alles heen ons ook moed? Hebben wij moed nodig om te leven in onze heftige wereld?

cyclus Mannen in de aanloop naar Kerst

Cyclus vieringen EUG-Janskerk van 3 december t/m 24 december 2017

Inleiding

Na omstreden vrouwen uit het boek Openbaring in de tijd van november kiezen we in december – de tijd van Advent – omstreden mannen uit het evangelie.
Voor het overbekende Kerstverhaal moeten we bij de evangelist Lukas zijn (hoofdstuk 2 van zijn evangelie). Maar Mattheus heeft ook een Kerstverhaal, zij het geheel verschillend.

Hij begint al heel anders: met te vertellen hoe Jezus ‘geworden’ is, hoe hij geboren kon worden. Hij slaat de oude boeken van Jezus’ volk Israel open, om vandaaruit vooruit te kijken naar de komst van Jezus. Hij geeft Jezus zijn plaats in de geschiedenis van Israel, van David, van Abraham: “Boek van de wording van Jezus Messias, zoon van David, zoon van Abraham” (Mattheus 1 : 1). En dan vult hij de tijdvakken tussen Abraham, David en Jezus in met alle mannen die Jezus ‘deden worden’, verwekten, voortbrachten.
En de vrouwen dan? Wie Mattheus’ verhaal aandachtig leest merkt op dat de monotonie van al die verwekkende mannen enkele keren onderbroken wordt door vrouwen. Die springen eruit, die springen ‘uit de band’, merk je als je de bij haar horende verhalen leest. Het gaat om de verhalen van bijzondere, moedige vrouwen: Tamar, Rachab, Ruth, de (naamloos gelaten) vrouw van Uria, en dan tenslotte heel prominent Maria. We zijn wel eens aan de hand van deze vrouwen de adventstijd doorgetrokken naar Kerst.

Maar nu kijken we speciaal naar de mannen die bij deze vrouwen horen. Wat zijn dit voor mannen? Het lijkt vooral te gaan om mannen die de vrouwen blootstellen aan grote gevaren, gebruiken voor eigen gerief, voor eigen toekomst. Schurken dus – maar op de een of andere manier ook opgenomen in de schakel die door de verhalen van Israel heen naar de geboorte van Jezus leidt. De bijbelse verhalen houden niet zo van helden of perfecte mensen; gewone feilbare mensen mogen hun rol spelen, zelfs foute mannen en schijnheilige heiligen. Een troost voor ons?

Zondag 3 december 2017 m.m.v. Janskoor

1e zondag van Advent viering met belijdenis

Voorganger: Harry Pals, m.m.v. het Janskoor

Thema: Met Juda de hoerenloper – Genesis 38 : 1-26

Terwijl de zonen van Jakob hun kleine broertje Jozef hebben laten afgaan naar Egypte, gaat één van die zoons, Juda, nog verder af. Hij verlaat het volk Israel en het samenleven daar, hij ontneemt zijn schoondochter Tamar uit angst haar rechten als weduwe. Maar die komt met een slimme list terug op het toneel van Israel. Juda wordt te kijk gezet, maar erkent zijn eigen onrecht en Tamars goed-recht. Tegen wil en dank bouwt hij mee aan de toekomst.

Zondag 10 decmeber 2017

2e zondag van Advent

Voorganger: Jasja Nottelman

Thema: Met Boaz de wetsgetrouwe – Ruth 2-4

Twee kwetsbare, maar fiere vrouwen – Naomi en Ruth – komen na veel verlies uit het verre buitenland terug naar het broodhuis in Israel. Dan blijkt een oude wet hen te hulp te komen: er is nog een familielid, Boaz, die de plicht op zich kan nemen om voor nageslacht te zorgen. En Boaz neemt zijn plaats in. Wat beweegt hem – louter plicht, of ook liefde of eigen voordeel? Hoe dan ook, ook hij bouwt mee aan de toekomst.

Zondag 17 december 2017 m.m.v. Janskoor

3e zondag van Advent

Voorganger: Marian Geurtsen

Thema: Met David de overspelige koning – 2 Samuel 11 (en 12 : 1-13)

De veelgeprezen grote koning breekt uit lust in in de relatie van Uria en zijn vrouw Bathseba. Hij vergrijpt zich aan haar en stuurt hem uiteindelijk de dood in. Kan een koning dat zomaar doen? In de grote wereld wel, maar in de wereld van het bijbelse Israel niet. De profeet vertelt dat namens de Eeuwige aan de koning. David moet boeten. Ook hij bouwt samen met Bathseba uiteindelijk toch mee aan de toekomst.

Zondag 24 december 2017

4e zondag van Advent

Voorganger: Harry Pals    

Thema: Met Zacharias de stilgevallen priester – Lukas 1 : 5-25.57-80

We kiezen deze zondag voor de vader van Jezus’ verre neef Johannes (de latere Doper): de priester Zacharias. Hij speelt zijn rol in een klassiek Israelitisch verhaal: van een onmogelijke geboorte, van mensen die menselijkerwijs gesproken te oud zijn om nog mee te doen in de toekomst. En toch… Maar Zacharias heeft tijd nodig om dit te kunnen geloven. Die tijd mag hij in stilte doorbrengen. Zo brengt hij ons bij Kerst.

Cyclus 'Kerst voor iedereen'

Cyclus Kerst 2017

Met verhalen van omstreden vrouwen (november) en mannen (december, adventstijd) gingen we naar Kerst toe. En nu vieren we voluit dat het licht van Kerst is doorgebroken voor iedereen.

We lezen op Kerstavond en Kerstochtend over de geboorte van een kind waarin alle beloften, alle verlangens van mannen en vrouwen, gestalte aannemen – de gestalte van een klein mensenkind.

Om hem heen staan andere mensenkinderen gegroepeerd, om hem te behoeden, om hem op te nemen in de rij, om hem bekend te maken.

Zo horen we de verhalen van de ouderlijke Jozef en Maria, van Johannes de getuige, van Simeon de trouwe wachter en van de wijzen die een licht zagen doorbreken in de wereld.

Kerstavond, zondag 24 december, 22.30 uur – m.m.v. het Janskoor

Lezing: Lukas 2,1-20

Voorganger: Johanneke Bosman (gemeentepastor – katholiek)

Een klein mannetje in een voerbak voor dieren – is dat alles? Ja – met alle actoren eromheen: Jozef en Maria met hun hoedende zorg, de herders met hun verwarmende verbazing, de engelen met hun aanstekelijke zang. Welke beloften zien en horen we in dit verhaal?

Kerstochtend, maandag 25 december – m.m.v. het Janskoor

Lezing: Johannes 1,1-18

Voorganger: Jasja Nottelman (studentenpastor – protestants)

Johannes getuigt van de komst van de Mensenzoon in een gedicht, waarin het vleesgeworden woord van God afdaalt naar de aarde. Johannes kan alleen maar van zichzelf af wijzen naar het nieuwgeboren mensenkind: in hem is het licht van de Eeuwige onze wereld binnengekomen, Gods toewending naar ons, de waarachtige waarheid over onze levens. Zo stamelt Johannes zijn verhaal bij elkaar – ter navolging.

Zondag na Kerst, 31 december

Lezing: Lukas 2,21-35
Voorganger: Harry Pals (gemeentepastor – protestants)

In de tempel van Jeruzalem wordt de kleine Jezus opgewacht door Simeon – een Joodse man wiens naam betekent ‘hij die hoort’. Met dat horen is hij het prototype van Jezus’ volk Israel: rechtvaardig en vroom (‘godvrezend’). En dat betekent volgens Lukas dat hij uitziet naar een toekomst van troost en hoop voor Israel. De Geest wijst hem nu op Jezus, als een bijzonder mens van God, een gezalfde. Simeon geeft zijn zegen, maar zegt ook: hij is omstreden, zijn weg kost ons allemaal wat…

Epifanie, zondag 7 januari

Lezing: Matteus 2,1-12
Voorganger: Harry Pals (gemeentepastor – protestant)

Kerst wordt afgerond door de drie mannen die vanuit het oosten op weg gaan, op zoek naar het kind. De traditie noemt hen magiërs, of wijzen, of koningen. Ze laten zich door tempel en hof, door schriftgeleerden en koning de weg wijzen naar Davidsstad Bethlehem – en dan komt de hemel hen te hulp. Ze brengen het mooiste wat ze hebben, uit de volheid van hun leven.