Waar gaat het zondag over?

Cyclus 'Ubuntu'
Cyclus vieringen EUG-Janskerk van 10 september t/m 1 oktober 2017

Ubuntu is een Zuidelijk-Afrikaanse levensfilosofie die het besef uitdrukt dat we elkaars mede-mens zijn: ik ben omdat wij zijn. We zijn van elkaar afhankelijk om volledig mens te kunnen worden/voelen/zijn.

Met een beeldspraak: met één hand kun je niet klappen of je handen wassen. “Een mens wordt een mens dankzij andere mensen”.

Is dat wel zo? Beschadigen mensen elkaar ook niet voortdurend, in het klein, in het groot? Is ubuntu niet een utopistisch, onhaalbaar ideaal van verbondenheid en zorgzaamheid? In het westen zijn we liever autonoom, onafhankelijk, met onze individuele ontplooiing bezig…..We zijn grotendeels van beklemmend gemeenschapsdenken af en volgen niet langer de gebaande paden van voorouders.

Toch is er ook hier een groot verlangen naar gemeenschap, menselijkheid, het waarderen van anders-zijn, inclusief denken, samenredzaamheid. Kan ubuntu ons inspireren tot nieuwe vormen van solidariteit waarin ieder mens tot zijn/haar recht komt? Waarin we niet oordelen en in hokjes stoppen, maar iemand willen begrijpen vanuit iemands eigen geschiedenis en leefwereld. Geen verplichte wederkerigheid of (zelf)verantwoordelijkheid als plicht, maar een wil van binnenuit om samen – dankzij de ander, ook voorouders en kinderen – te leven.

De eerste maand van dit nieuwe seizoen nemen we als EUG-gemeenschap dit begrip Ubuntu onder de loep. Centrale begrippen in Ubuntu zijn: verantwoordelijkheid voor elkaar, diversiteit, compassie en zorgzaamheid, dankbaarheid en verzoening. Elke week staat een ander aspect van ubuntu centraal. We verkennen deze begrippen aan de hand van verhalen over Jezus uit het Lukas-evangelie. Autonomie te midden van een gemeenschap in plaats van er tegenover, als dat eens zou lukken?!

10 september 'Ik zie je - hier ben ik'
In deze viering nemen we afscheid van marieke Milder als gemeentepastor en verwelkomen we Johanneke Bosman als nieuwe EUG-pastor. Ook verwelkomen we nieuw binnengekomen EUG-ers.
In de vele Afrikaanse landen heeft ieder volk haar eigen begroetingsritueel. In Zuid-Afrika gaat een veel gebruikte groet aldus: ‘Ik zie je’ en de ander antwoordt ‘hier ben ik. En dan zegt de ander: ‘ik zie je’ en komt het antwoord ‘hier ben ik’.
Zien en gezien worden is de basis van verantwoordelijkheid voor elkaar. Jezus ziet Zacheüs, de tollenaar die zich verstopt in een hoge boom. En hij noemt Zacheüs bij zijn naam. Zacheüs wordt gezien en durft zich ook te laten kennen. De ontmoeting maakt hem een ander mens.
In wie herkennen wij ons het meest; degene die zoekt om gezien te worden, of degene die op zoek is naar de ander en hem aankijkt? En wat betekent het om een ander mens te worden?

Zondag 10 september – mmv het Janskoor
thema: ‘ik zie je’- ‘hier ben ik’.
lezing: Lukas 19,1-10
Voorganger: Marieke Milder (gemeentepastor – katholiek)

17 september 'Vier de verschillen'
Jezus komt op bezoek bij twee zussen, Marta en Maria. Marta doet wat hoort bij de gebruikelijke gastvrijheid: zij zorgt dat het haar gast aan niets ontbreekt. Maria laat haar zus het werk doen en gaat bij Jezus zitten om naar hem te luisteren. Marta maakt er een wedstrijd van; Jezus, kijk nou toch, Maria doet niks en laat mij maar werken. Maar Jezus gaat in tegen de conventies van zijn tijd.
Wat is het waar Jezus toe oproept?

lezing: Lukas 10, 38-42
Voorganger: Harry Pals (gemeentepastor – protestant)

24 september 'Zorg voor elkaar'
Een zondares zalft Jezus’ hoofd met geurige olie, en vervolgens ook zijn voeten. Jezus kijkt niet naar haar zonden, maar naar de liefde en de zorg die ze betoont. Die laat zich niet uitdrukken in regels of economische berekeningen. Waardoor laten wij ons leiden bij de keuzes die we maken? En hoe waarderen wij zorg voor elkaar?

Zondag 24 september – mmv het Janskoor
thema: zorg voor elkaar
lezing: Lukas 7, 36-50
Voorganger: Jasja Nottelman (studentenpastor – protestant)

1 oktober 'Verzoening'
Dankbaarheid en verzoening zijn centrale waarden in Ubuntu. Het is dankbaarheid en verzoening die de vader tentoonspreidt als hij de verloren zoon weer in zijn armen sluit. Voor de andere betrokkenen in het verhaal een onbegrijpelijke houding; waarom niet dankbaar zijn voor degenen die altijd trouw hun plicht hebben vervuld? Waarom feest voor een wegloper? Misschien gaat dit verhaal wel meer over de verzoening van de vader met de zoon die bleef, dan met de zoon die wegging en weer terugkeerde….

Zondag 1 oktober
thema: verzoening
lezing: Lukas 15,11-32
Voorganger: Harry Pals (gemeentepastor – protestant)

cyclus %22Geduld met God%22

Cyclus vieringen EUG-Janskerk van 8 oktober t/m 29 oktober 2017

Inleiding
Wanneer de dagen korter worden en de nachten langer In het najaar, willen we in de vieringen in de EUG stilstaan bij het thema ‘geduld met God’. In ons zoeken en ons twijfelen naar wie God is voor ons, wie wij zijn in het licht van de Eeuwige, laten we ons in met Bijbelverhalen waarin God gezocht wordt, bevraagd en uitgedaagd. Opmerkelijk in de Bijbelse traditie is dat er sprake is van een relatie tussen mensen en God, waarin mensen hun eigen inbreng en verantwoordelijkheid hebben, net als God overigens. In de tradities van de omringende volken uit die tijd, was er vaak veel meer sprake van volledig autonome goden, waarbij de mensen niet anders konden dan passief reageren en hooguit via offers proberen de goden gunstig te stemmen. In de verhalen die we in deze cyclus gaan horen, gaan mensen het gesprek aan met de Eeuwige, stem en tegenstem mag er klinken. Daarom kan God ter verantwoording geroepen worden, zoeken mensen naar manieren om het uit te houden tussen hoe zij dachten dat God was en de weerbarstige werkelijkheid waarin zij leven, als God afwezig lijkt. Dat gebeurt niet op een passieve manier, maar met vertoon van woorden. God wordt uitgedaagd, op het matje geroepen. Mensen worstelen letterlijk en figuurlijk met God, zij geven klank en kleur aan hun tijden van droogte en leegte. Geduld is niet alleen een kwestie van een lange adem, maar kan allerlei vormen aannemen. Niets is meer wat het lijkt, God laat zich raken door ons, en zelfs op een ander spoor zetten. En ook wij kunnen erdoor veranderen, komen zoals Jakob anders uit de strijd dan toen hij begon.

De titel van deze cyclus is ontleend aan het gelijknamige boek van Tomas Halik, waarin hij een pleidooi houdt voor twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven:
“Gods zwijgen en het gevoel dat God heel ver weg is drukken ook op mij. Ik weet dat het ambivalente karakter van de wereld en de vele paradoxen van het leven de mogelijkheid bieden om Gods verborgenheid te verklaren met uitspraken als ‘God bestaat niet ’of ‘God is dood’. Ik weet echter ook nog van een andere interpretatie, van een andere mogelijk houding tegenover een ‘afwezige God’. Ik ken drie (onderling diep verbonden) vormen van geduld in confrontatie met Gods afwezigheid: ze heten geloof, hoop en liefde. Het belangrijkste verschil tussen geloof en atheïsme zie ik in het geduld. Atheïsme, religieus fundamentalisme en het enthousiasme van een al te makkelijk geloof hebben als opvallende gelijkenis dat ze snel klaar willen zijn met het mysterie dat we God noemen-en juist daarom zijn voor mij deze standpunten alle drie in gelijke mate onaanvaardbaar. Met het mysterie mag je nooit ‘klaar’ zijn. Anders dan problemen kun je het mysterie niet oplossen. Je dient geduldig op de drempel ervan te staan, erin te vertoeven, het in jezelf, in je hart te dragen, zoals in het evangelie over Jezus’ moeder wordt geschreven, en het te laten rijpen en daardoor jezelf te laten rijpen.” (blz. 11)

Hebben wij ervaring met een God die afwezig is? Durven wij de worsteling met God aan? Hoe houden wij het uit met onszelf en anderen als er geen uitweg is, als we niet weten welke kant we op moeten gaan? Hoe oefenen wij ons in geduld met God en wat zegt dat over Gods omgang met ons? Op welke manier verandert dat onze blik op de werkelijkheid, op het Goddelijke in deze wereld en ons?

Zondag 8 oktober 2017 m.m.v. Janskoor

Thema: onderhandelen met God
Tekst: Genesis 18,16-33
Voorganger: Thea Peereboom

God besluit Abraham deelgenoot te maken van zijn (in onze ogen ongetwijfeld bijzonder onaangename en ongewenste) plannen om Sodom en Gomorra met de grond gelijk te maken, vanwege hun ongerechtigheden. De Eeuwige doet dat omdat juist uit Abraham een groot en machtig volk zal voortkomen, zoals in de passage ervoor voorspeld is. Abraham draagt de belofte van nieuw leven in zich, zo talrijk als er sterren aan de hemel staan. God kondigt aan dat hij naar Sodom en Gomorra zal afdalen om te zien of de klachten over hun ongerechtigheid echt gegrond zijn, waarmee zij de verwoesting als het ware hebben afgeroepen. Abraham laat het daar niet bij zitten, en gaat de dialoog met de Eeuwige aan. Hij pleit voor de onschuldigen die ongetwijfeld ook in de stad aanwezig zijn en vraagt wat God doen zal als er 50 rechtvaardigen te vinden zijn, zal hij dan de hele stad vergeving schenken omwille van deze 50 onschuldigen? Dat kunt U toch niet doen! God neemt ter harte wat Abraham hem zegt en stemt toe, ook als Abraham vervolgens oppert hetzelfde te handelen als er maar 45, 40, 30, 20 of zelfs maar 10 rechtvaardigen te vinden zouden zijn. Abraham neemt God zeer serieus, en gaat de dialoog met de Eeuwige aan. Hij voelt zich vrij genoeg om tegen de plannen die God hem in vertrouwen heeft verteld in te gaan. God is bereid daarnaar te luisteren en zich mee te laten voeren in Abrahams gevoel voor een andere vorm van rechtvaardigheid.
Een merkwaardig verhaal. Wat raakt ons? Wat brengt het ons? Welk nieuw licht werpt het voor ons op wie God is? Durven wij de dialoog aan te gaan met de Eeuwige, vrij en open?

Zondag 15 oktober 2017

Thema: God uitdagen
Tekst: Job 23
Voorganger: Harry Pals

Job is een rechtschapen man, zeer vroom, die het voor de wind gaat. God is trots op hem. Dan komt Satan voorbij en gooit het op een akkoordje met God, over de gehechtheid van Job aan zijn leven. Houdt zijn vroomheid en rechtschapenheid stand als het Job slecht gaat en hij alles verliest? Het boek Job bestaat voor het overgrote deel uit dialogen: tussen Job en God en tussen Job en verschillende van zijn vrienden. Job zoekt manieren om om te gaan met God die anders is dan hij ooit gedacht had. Zijn vrienden dragen verschillende oplossingen aan, die geen echte antwoorden zijn op de vragen van Job, ze zoeken de schuld bij Job zelf of verklaren dat alles ergens goed voor is. We lezen op deze zondag hoofdstuk 23, waarin Job hooghoudt dat hij onschuldig is en hij God uitdaagt om hem te antwoorden. Om te komen met een verklaring voor de onbegrijpelijke weg die zijn leven is gegaan. Job daagt God uit, als was Hij een gelijke. Als Job zich gehouden heeft aan wat God vraagt van een mens, waarom houdt God zich dan niet aan zijn belofte? Waar is het misgegaan? Job durft het aan om God ter verantwoording te roepen, omdat Job Hem uiterst serieus neemt. Wat raakt ons in dit verhaal? Welke spiegel houdt Job ons voor over zijn leven met God en zijn beloften? Wat doen de antwoorden van Job zijn vrienden met ons?

Zondag 22 oktober 2017 m.m.v. Janskoor

Thema: klagen tot God
Tekst: klaagliederen 5,1-22
Voorganger: Elise Rommens-Woertman

Het boek Klaagliederen bestaat, zoals de naam al zegt, uit vijf klaagliederen, een bekend genre in de Oudheid. Oorspronkelijk toegeschreven aan de profeet Jeremia, zijn ze waarschijnlijk ontstaan na de verwoesting van Jeruzalem in 586 v Chr door de Babyloniërs. Ze beschrijven in niets verhullende taal de verwoestingen die zijn gepleegd en de totale ontreddering bij de overlevenden. Niets is meer zoals het was, alles is kapot, verwoest, weggerukt, mensonterend. Wat blijft is pijn en leegte. En onvermijdelijk komt de vraag op hoe deze vernietiging zich verhoudt tot God, die toch barmhartig en trouw is aan zijn mensen? Een vraag die van alle tijden is, en steeds opnieuw in andere woorden klinkt. Het opmerkelijke is dat de schrijvers van deze vijf klaagliederen hun nood en klacht richten tot God, tezamen met hun verwarring en ongeloof. God is volledig afwezig in hun leven toch richten zij zich paradoxaal tot Hem. Steeds opnieuw wordt er bezongen dat het leed dat hen overkomen is onrechtvaardig is, en niet in verhouding staat tot eventuele misstappen van hun kant. Er komt hier geen antwoord van God, en elke verklaring zou afbreuk doen aan het immense lijden en de pijn van de mensen. In alle eenzaamheid blijven ze wel de verbinding zoeken met de Eeuwige door hun nood en klacht tot Hem te richten. Als manier om het uit te houden met God en met zichzelf, met de onbegrijpelijkheid van de verwoesting om hen heen. Om zich tegen wil en dank vast te houden aan de belofte dat de Eeuwige goed en trouw is, ook al wijst niets in het leven daar op. Herkennen wij de spanning die bezongen wordt in Klaagliederen? Wat doet dat met ons? Welke manieren gaan wij om met de Eeuwige als ons leven niet gaat zoals gehoopt en gedacht? Hebben wij ervaring met God die afwezig is?

Zondag 29 oktober 2017

Thema: Worstelen met God
Tekst: Genesis 32,23-33
Voorganger: Jasja Nottelman

Jakob is onderweg naar zijn vaderland en naar zijn broer Esau. Na een lange periode keert hij terug naar zijn land, met de angst in zijn hart hoe hij daar ontvangen zal worden. Hij neemt allerlei geschenken mee om Esau mild en gunstig te stemmen. In de holte van de nacht, als het duister ons gevangen kan houden, helpt Jakob zijn vrouwen de rivier de Jabbok oversteken, de laatste barrière op weg naar zijn familiegrond. Hij blijft de hele nacht achter, alleen. Zelf kan hij de oversteek nog niet maken, hij worstelt die lange donkere nacht met iemand. Is het een engel, een onbekende, zijn eigen schaduwen en demonen uit het verleden? Wie zal het ons zeggen? Jakob vraagt de onbekende naar zijn naam tegen het ochtendgloren, maar krijgt geen antwoord. Jakob zelf is degene die verandert door de worsteling. Vanaf nu heet hij Israël, omdat hij met God en mensen heeft gestreden, en heeft gewonnen. Tegelijk wordt zijn verandering als het ware aan Jakob geschonken, gaat dat verder dan waar hij zelf toe bij machte was. Jakob maakt als het ware een transformatie door, hij keert terug naar zijn familie, zijn geboortegrond en verleden, maar kan dat niet doen op de oude manier. Hij worstelt met God, bevecht letterlijk en figuurlijk ruimte, doorgang, goede moed, nieuw leven. Met een nieuwe naam richt Israël zich op in het morgenlicht, klaar om op weg te gaan. Hij is niet ongeschonden uit de strijd gekomen, vanaf nu zal hij mank lopen, teken van het bevochten nieuwe leven in het licht. 
Op welke manier worstelen wij met God, met de wereld om ons heen, met de schaduwen in onszelf? Hoe vinden we doorgang naar nieuw leven in het morgenlicht?