Waar gaat het zondag over?

Cyclus ‘Pelgrimeren' - 27 mei t/m 8 juli 2018

Inleiding

Ultreïa ! Ultreïa ! Et suseia! Deus adjuva nos !
Vooruit! En verder! Rechtdoor! Moge God ons helpen!

Pelgrimeren, het is een woord dat vele associaties oproept: op-weg gaan; je huis verlaten; lopen; naar een bedevaartsplek trekken; ontberingen; ontmoetingen; heiligen; ‘iets’ met God zoeken; in beweging zijn; bezinning; bekering.
Pelgrimeren als hobby, als sport of uit devotie in de huidige tijd. Pelgrimeren om dichter bij God te komen door het bezoeken van een heilige plek, als straf, om genezing te vinden of als avontuur in vroeger tijden. Allemaal elementen die mee klinken bij dat ene woord pelgrimeren.

Pelgrimeren (op-weg gaan), zouden we voorzichtig kunnen zeggen, kan een drievoudige ontmoeting in gang zetten. De ontmoeting met jezelf, de ontmoeting met anderen, de ontmoeting met Christus/God.

In deze cyclus mogen de verschillende facetten van dat Pelgrimeren aanbod komen.
Als onderstroom dient de Camino de Santiago, De Pelgrimsweg naar Santiago de Compostella. De plaats waar de apostel Jacobus de Meerdere uiteindelijk begraven zou zijn en vanaf de Middeleeuwen een bedevaartsplaats is ontstaan. Door heel Europa lopen pelgrimswegen naar Santiago die anno 2018 nog steeds, of weer in gebruik zijn.

Mensen onderweg, met zichzelf, elkaar, God toen op de oude wegen, nu op eigentijdse wegen van leven en zinzoeken. Op de weg naar Santiago de Compostella riep men elkaar toe: Ultreïa ! Wat zo iets betekent als ‘Vooruit’ ‘Rechtdoor’! De ander antwoordde dan: Et suseia! ‘En verder!’
Rode draad bij deze cyclus is het pelgrimslied ‘Ultreïa’ , en dan met name het refrein.

Ultreïa ! Ultreïa ! Et suseia! Deus adjuva nos !
Vooruit! En verder! Rechtdoor! Moge God ons helpen!

Zondag 27 mei 2018

Voorganger: Harry Pals

Thema: Als leerling op weg gezonden. Ultreïa! 

Lezing: Lucas 10: 1 – 16 en Psalm 125

Vooruit! Gezonden worden om je huis te verlaten en op weg te gaan met een boodschap, een ideaal. Deze opdracht van Jezus klinkt door vanuit de zending die de leerlingen met Pinksteren kregen.
Vooruit! Ultreïa! Hup, in de benen!
Maar zoals in de lezing en de psalm te lezen is, dat houdt nogal wat in…Het Ultreïa klinkt misschien als een bemoediging om op weg te gaan.

Zondag 3 juni 2018 Tienerviering m.m.v. Janskoor

Voorganger: Marian Geurtsen

Thema: Op weg met God. Et suseia!

Lezing: Genesis 12: 1 – 9

God vraagt Abraham iets bijzonders te doen: verlaat je huis en ga met mij mee. Dat is nogal wat! En Abraham, die doet dat nog ook. Blijkbaar is er een vertrouwen tussen God en Abraham, waardoor Abraham op weg gaat. Hij trekt weg naar onbekende plaatsten en dan nog verder. Et suseia!
Ga op weg en nog verder!

Hoe doen wij dat eigenlijk? Als iemand iets van ons vraagt, gaan wij dan? Wie weet wat je tegenkomt! Wie weet wat je moet doen! Abraham en God hadden blijkbaar zo een bijzondere band, dat Abraham het wel aan durfde om op weg te gaan.
Durven wij het aan om zonder de bestemming op weg te gaan? En sterker nog; dan nog verder te gaan?
Et suseia!

Zondag 10 juni 2018
Voorganger: Thea Peereboom

Thema: Louterend lopen. Deus adjuva nos!

Lezing: Mattheus 4: 23 – 25 en Psalm 130

Lopen, beweging kan meer zijn dan je verplaatsen van A naar B. Lopen kan louteren.
Lopen in de wind, door een landschap van lucht, aarde , water kan je hoofd leeg blazen, kan je adem op gang brengen kan je energie geven om fris tegen dingen aan te kijken. Het laat van alles in je lichaam stromen wat ruimte kan geven.
In de lezingen van deze viering zien we Jezus rondtrekken en genezing brengen. In de psalm horen we een roep om loutering en het vertrouwen daarop. In beweging komen kan louterend zijn, voor ons zelf en voor anderen. Deus adjuva nos ! Moge God ons daarbij helpen.

Zondag 17 juni 2018 Jubileumviering Janskoor

Voorganger: Harry Pals

Thema: Vooruit en verder! Ultreïa et suseia!

Lezing: Jacobus 1: 16 – 27

Feest vandaag! Het Janskoor heeft een bijzonder jubileum, al 40 jaar trekken zij in steeds wisselende samenstelling met elkaar op. Zij trekken op langs de liturgische tijden, jaar na jaar. In de gemeenschap trekken zij met elkaar op in lief en leed en zij vertolken oude en nieuwe woorden als God-zoekers op de pelgrimsweg van het leven.
De woorden van Jacobus, misschien wel de apostel Jacobus, geven handvatten om ( als zangers) met elkaar op te trekken op de gelovige weg van het leven. Ze sporen ook aan om niet stil te staan als je ‘het’ gevonden denkt te hebben.

Vooruit en verder! Ultreïa et suseia! Daar staan we bij stil in deze viering. Dat het koor binnen de gemeenschap vooruit en verder gaat. Dat wij als individu en gemeenschap als God-zoekers vooruit en verder mogen gaan. Ultreïa et suseia!

Zondag 24 juni 2018 Roze Zondag (Johannes de Doper)

Voorganger: Jasja Nottelman

Thema: Samen als broeders en zusters! Deus adjuva nos!

Lezing: Marcus 1: 1 – 15 en Psalm 133

Deus adjuva nos ! Moge God ons helpen om als broeders en zusters samen te leven. Dat is waar deze vering over mag gaan. Samen optrekken op de weg van het leven. Samen proberen, net als Johannes de Doper de weg te bereiden voor een inclusieve en vrije samenleving.
Vandaag is ook de feestdag van Johannes de Doper, de naamgever, de patroon van onze kerk. Johannes roept op tot een samenleving die als een spiegel mag zijn van het komende Koninkrijk Gods. Als wij als broeders en zuster kunnen samenleven, kunnen ook wij een spiegel zijn van het komende Rijk Gods.
Deus adjuva nos !

Zondag 1 juli 2018 m.m.v. Janskoor

Voorganger: Johanneke Bosman

Thema: Jezelf tegenkomen onderweg. Et suseia!

Lezing: Lucas 2: 41 – 52

En verder! Et suseia! Op de pelgrimsweg die we ook wel het leven noemen gebeurt er enorm veel. Je trekt met mensen op, je raakt mensen kwijt. Je volgt een pad, soms ben je het spoor een beetje bijster.
Al deze dingen zitten in de lezing van vandaag. Het gezin van Jezus gaat op pelgrimstocht, beleeft dingen, ontmoet medereizigers, raakt elkaar kwijt, vindt elkaar terug en leert onderweg.
Als je op weg bent, dan kom je in al deze dingen jezelf tegen. Soms geeft dat mooie inzichten die je met positieve gevoelens vullen. Soms precies het tegenovergestelde, dan gaan er dingen schuren, komen er dingen op losse schroeven te staan. Maar dan toch: Et suseia! En weer verder trekken…..

Zondag 8 juli 2018 Kinderviering

Voorganger: Johanneke Bosman

Thema: Ontmoeten onder weg. Ultreïa!

Lezing: Lucas 24: 13 – 35

In het verhaal van de Emmaüsgangers komen twee vrienden Jezus tegen terwijl zij dat in eerste instantie helemaal niet door hebben! Ze lopen samen op, praten met elkaar, leren van elkaar en eten met elkaar. Dan valt het kwartje! Het is Jezus met wie zij aan tafel zitten!
Als wij onze huisdeur uit stappen komen we een hele boel mensen tegen. Leuke mensen, minder leuke mensen, mensen waar je iets van kunt leren, mensen die misschien wat hulp kunnen gebruiken.
In deze kinderviering gaan we met kinderen en volwassenen op weg. We trekken er op uit om elkaar te ontmoeten en andere mensen te ontmoeten.
Vooruit! We gaan! Ultreïa!

Cyclus Daniël – ‘Trouw zijn aan je afkomst’ - 15 juli t/m 5 augustus
Inleiding

De cyclus gaat over het Bijbelboek Daniël. Dit Bijbelboek is genoemd naar de hoofdpersoon. Die heeft de naam van een legendarische figuur uit de Joodse profetische traditie, die in één adem genoemd werd met rechtvaardigen als Noach en Job: Daniël (zie bijv. het boek Ezechiël, 14 : 14-20; 28 : 3; zijn naam betekent ‘God (is) recht’). De verhalen over hem spelen enkele eeuwen eerder dan de tijd van ontstaan: ten tijde van de Babylonische ballingschap (597-539 voor het begin van onze jaartelling). Er wordt verteld hoe deze Daniël met zijn vrienden terecht gekomen is aan het hof van de Babylonische koningen. En hij en zijn vrienden blijven met heel hun leven trouw aan hun Joodse traditie, aan hun God, de God van Israel; en deze God redt hen uit alle gevaren die hen vanwege hun trouw bedreigen.
De strekking van het boek lijkt daarmee te zijn: wat toen buiten het eigen Joodse land kon, moet in deze tijd binnen het land zeker kunnen: het bewaren van de identiteit als Gods bijzondere volk. Alle brandende thema’s van de eigen tijd komen terug: wat eet je wel en niet? Welke macht aanbid je? Wie is God voor je? De schrijver wil de lezers dus bemoedigen om vol te houden en niet mee te gaan met wat vreemde heersers af willen dwingen – want God is het volk trouw.

Deze dingen waren essentieel in de tijd van ontstaan. Het boek is hoogstwaarschijnlijk geschreven in de tijd van de Makkabeeën (167-164 voor onze jaartelling) en daarmee één van de jongste boeken van Israëls bijbel. De Makkabeeën waren Joodse verzetsstrijders die in opstand kwamen tegen de onderdrukking door een Syrische vorst, Antiochus IV Epifanes. Die beschouwde zichzelf als een ‘verschijning’ (‘Epifanes’) van God. Hij wilde het volk opnemen in de grote wereld van die tijd, die gestempeld was door de Griekse (Hellenistische) eenheidscultuur. Daarom moesten alle bijzondere, eigen-aardige Joodse gebruiken verdwijnen: de sabbat, de spijswetten, de besnijdenis. Die werden verboden en met grof geweld verhinderd, want ze pasten niet in een algemene religiositeit. Religie moest losgekoppeld worden van eten en drinken en samenleven, van de morele en politieke keuzes in de samenleving; de machthebbers moesten ongestoord hun gang kunnen gaan.
Voor wie er oog voor heeft zijn er allerlei parallellen te zien met onze geseculariseerde tijd, waarin religie hooguit geduld wordt als privé- of groepszaak. Maar dan is de kans levensgroot dat ratio, markt en geweld als onvermijdelijke goddelijke vanzelfsprekendheden vereerd worden… De vraag: Wie is God over je? Is een levensvraag, met consequenties voor heel het leven en samenleven.

Het boek Daniël is een onderdeel van de 3e afdeling van de Joodse bijbel (de ‘Tenach’, het zg. ‘(Al)Oude’ Testament’): de Geschriften. Na de eerste twee centrale afdelingen van die bijbel: Thorah en Profeten, vertellen de Geschriften over hoe mensen de kernverhalen van God en het Godsvolk gehoord hebben, hoe ze ermee geleefd hebben, in klaagzang en lofzang, in politieke en persoonlijke wijsheid, in hoop en vrees.
Daarover vertelt ook het boek Daniël een eigen, sprekend verhaal. We lezen de vier meest bekende verhalen uit het eerste deel.

Zondag 15 juli 2018: Eigen eten redt: vier gezonde jongens

Voorganger: Harry Pals
Lezing: Daniël 1 

Daniël en zijn vrienden worden geïntroduceerd: Joodse jongeren die na de val van Jeruzalem aan het hof van koning Nebukadnessar komen, om daar te worden opgeleid tot hoveling. Hoe kunnen ze in die omstandigheden hun identiteit als Joden bewaren? Dat heeft ook met eten en drinken te maken. Daniël levert de proef op de som: de Joodse levensregels (in dit verhaal: de spijswetten) brengen leven en wijsheid..
Welke wijsheid zit er in onze keuzes rond het eten?

Zondag 22 juli 2018 - Buigen of branden: de vuuroven

Voorganger: Cees van Steenis
Lezing: Daniël 3 

De drie vrienden van Daniël weigeren te buigen voor een groot godenbeeld dat koning Nebukadnessar heeft opgericht ter meerdere glorie van zichzelf. Daarom worden ze in een laaiende vuuroven gegooid. Dan blijkt er een vierde persoon bij hen in de oven rond te wandelen – een engel, denkt de koning. Dat is hun redding: de drie worden ongedeerd uit de oven gehaald, tot eer van Israëls God. In latere tijden is het verhaal van de vuuroven opgerekt met een smeekgebed en een loflied.
Voor wie of wat buigen wij?

Zondag 29 juli 2018 - Gewogen en te licht bevonden: de hand op de wand
Voorganger: Harry Pals
Lezing: Daniël 5 Gewogen en te licht bevonden: de hand op de wand

Tijdens een groot feest laat de nieuwe Babylonische koning Belsassar het gerei uit de tempel van Jeruzalem halen om te gebruiken voor zijn schrans- en zuippartij. Dan verschijnt er een hand op de wand, die in een onleesbare taal iets opschrijft. De koning wordt doodsbang, maar de koningin weet nog van Daniël. Die wordt gehaald om de uitleg te geven: de koning wordt te licht bevonden, zijn koningschap komt ten einde. Diezelfde nacht nog wordt Belsassar gedood.
Welk gewicht leggen wij met onze levens in de schaal, in onze tijd?

Zondag 5 augustus 2018 - Liturgie als verzetsdaad: Daniël in de leeuwenkuil

Voorganger: Cees van Steenis
Lezing: Daniël 6 

Onder weer een nieuwe koning, Darius, wordt Daniël in een val gelokt door jaloerse tegenstanders. Hij bidt elke dag openlijk in de richting van Jeruzalem, ondanks een verbod om tot een andere god dan de eigen koning te bidden. Daarom wordt hij in de leeuwenkuil gesmeten, overgeleverd aan de wilde beesten. Maar de leeuwen laten hem ongedeerd. De vroeg-christelijke kunst vond in dit verhaal de inspiratie voor prachtige afbeeldingen.
Zitten er elementen van verzet in onze vieringen van de liturgie?

Cyclus ‘Geen wereldbeschouwing, maar Jezus' 12 augustus - 2 september 2018

Inleiding

over de brief aan de Kolossenzen

In een Hellenistische omgeving met aantrekkelijke holistische en kosmologische opvattingen probeert de jonge messiaanse beweging van Kolosse haar weg te vinden. In nuchter onderricht en met een hymnische stijl wordt haar het leven in geloof, hoop en liefde voorgehouden: de gemeente is het lichaam van Christus, de Messias haar hoofd. Dat is de kern van de brief aan de Kolossenzen, een brief in de stijl van Paulus.

Of de brief door Paulus zelf (of een secretaris) geschreven is, is omstreden; maar de brief bouwt wel voort op zijn gedachtengoed. In ieder geval wordt ook Paulus’ medewerker Timotheűs als mede-afzender genoemd. En er zijn duidelijke raakvlakken met de brieven aan Filemon en aan de Efeziërs.
De kern van wat de brief wil doorgeven lijkt te worden aangeduid in het eerste hoofdstuk, de verzen 21-23. Het gaat dan om de inzet van Christus voor de heiligheid van hen die in de brief aangesproken worden, om de trouw aan het evangelie zoals zij dat gehoord hebben, en om de dienende rol van Paulus hierbij.

Kolosse was een stad in het westen van wat nu Turkije is. Rond 60 na Chr. werd de stad waarschijnlijk verwoest door een aardbeving. Onduidelijk is of de stad herbouwd werd. Hoe dan ook bestond de stad wel voort, maar op kleinere schaal.

Zondag 12 augustus 2018
Brief aan de Kolossenzen 1 : 13-23 ‘Alles in Christus’ – een loflied
Voorganger: Marian Geurtsen

De schrijver plaatst in zijn inleiding een duidelijk herkenbaar lied centraal (verzen 15-20). Het is een loflied op Gods Zoon, die allereerst met kosmologische termen uit de wijsheidstraditie wordt aangeduid: ‘eerstgeborene van de schepping’, ‘in hem is alles geschapen’. Dat wordt daarna ingevuld met zijn rol in de geschiedenis: hij wordt intiem verbonden met de gemeente (‘het lichaam’ waarvan hij ‘het hoofd’ is), hij bracht vrede ‘door het bloed van het kruis’, en daarom wordt hij ‘eerstgeborene uit de doden’ genoemd. Er is zo een duidelijk verband met ‘eerstgeborene van de schepping’: de zin en betekenis van heel de schepping ligt in de weg van Christus en zijn verbinding met de gemeente., het kosmische ‘alles’ vindt zijn beslissende en beheersende centrum in de Zoon. Het bijzondere van de weg van Jezus bepaalt dus het grootse algemene.

Zondag 19 augustus 2018

Brief aan de Kolossenzen 2 : 4-15 Trouw aan de weg van de doop
Voorganger: Jasja Nottelman

Dan klinkt de waarschuwing voor ‘filosofie’ (vs. 8). Dat is een veel breder begrip dan ons woord ‘wijsbegeerte’. Het omvat wat wij wis- en natuurkunde zouden noemen, maar ook speculaties over de oerelementen van de kosmos. Dáár moet je niet naar zinsverbanden zoeken – zin ligt alleen in de verbondenheid met Christus Jezus de Heer. Met hem zijn gelovigen verbonden door de doop, die hen betrekt in de opstanding van Jezus. De onderdrukkende systemen van de oude wereld zijn door het kruis ontmaskerd, gefalsificeerd. In dat geschiedenisverhaal ligt voor volgelingen van Jezus de levenskern, en dat werkt gemeenschap stichtend.

Zondag 26 augustus 2018

Brief aan de Kolossenzen 2 : 16 – 3 : 4 Geen regels, maar zoeken wat ‘boven’ is
Voorganger: Harry Pals

Leven als gemeenschap achter Christus aan ontstaat niet door het opleggen van verplichtingen rond eten en drinken, feestdagen of armoede, of door inwijdingsrituelen. Dat is oude religie waarvan Christus-gelovigen juist bevrijd zijn, stelt de briefschrijver stevig, dan ben je niet verbonden met het leven van Jezus. En daar gaat het in de gemeente om. Door de deelname in de concrete gemeente heb je deel aan de doorbrekende messiaanse toekomst. Die ligt al ‘in de hemel’ te wachten, dus ‘boven’ waar Jezus troont naast de Eeuwige. Het gaat hier niet om spiritualisering, geen vlucht weg van de aarde, maar om nuchter bevrijd leven, in het licht van de toekomst.

Zondag 2 september 2018
Brief aan de Kolossenzen 3 : 5 – 4 : 6 Heilig leven
Voorganger: Elise Rommens-Woertman

En dan komen er toch regels – maar misschien zijn die beter aan te duiden als aanmoedigingen. Het oude doodse leven is voorbij, er is nu alle ruimte voor een leven in verbondenheid met Christus, naar het voorbeeld van de rondwandelende Jezus. Alles wordt afgemeten aan de betrokkenheid op hem, alle andere bepaaldheden worden daardoor gerelativeerd. De uitwerking aan het eind in allerlei relaties is tijdgebonden en dus patriarchaal, maar beslissend is ook hier de betrokkenheid op Jezus’ dienstbare voorbeeld. Essentieel is dat vrouwen, kinderen en slaven geen eigendom van mannelijke heersers zijn (‘Heren, ook jullie hebben een Heer in de hemel!’ (4:2) – en dat gaat in tegen de heersende gedachten van die tijd.

Cyclus 'Vrede' - 9 september t/m 30 september 2018

Inleiding

In de maand september waarin vanouds de vredesweek wordt gehouden, staat in de vieringen van de Janskerk het begrip ‘vrede’ centraal. Vrede is waar we elke zondag voor bidden, voor al die gebieden op onze wereld waar mensen elkaar naar het leven staan, waar geweld en oorlog het laatste woord lijken te hebben. Vrede met onszelf, met onze naaste. De Zuid-Soedanese bisschop Paride Taban heeft in mei een van de Four Freedoms awards van de Roosevelt Foundation in ontvangst mogen nemen. Hij gebruikt 28 woorden om te omschrijven wat er volgens hem nodig is voor vrede in zijn land:

Liefde, plezier, vrede, geduld. Medeleven, sympathie, vriendelijkheid, waarheid, nederigheid, armoede, vergeving, genade, vriendschap,vertrouwen, eenheid, beleefdheid, zuiverheid, zelfbeheersing, trouw, hoop, ik hou van je, ik mis je, dank je, ik vergeef, we vergeten, samen, ik ben fout, het spijt me. 

Ook het Bijbelse woord voor vrede ‘shalom’ is veelzijdig en niet makkelijk te definiëren. Vrede heeft altijd te maken met de band tussen jezelf en de ander, tussen het volk Israël en de andere volken. Vrede is meer dan geen oorlog, meer dan het staken van de strijd tussen de natiën. Vrede heeft de Eeuwige als bron en richting. De britse opperrabijn Jonathan Sacks schrijft daarover het volgende in zijn boek ‘een gebroken wereld heel maken’:

“Het is fascinerend dat het jodendom niet één model van vrede heeft ontworpen maar twee, een programma voor vrede in een onverloste wereld. […] De wijzen die ‘de wegen van vrede’ formuleerden hebben begrepen dat zij geen profeten waren. Zij waren erfgenamen van de profeten, voortzetters van hun traditie, maar zij geloofden niet dat zij in het laatst der dagen leefden. Zij wisten dat vrede in deze nog-niet-helemaal-verloste wereld betekent leven met verschil-met hen die een ander geloof en andere teksten hebben. Dat is het fundamentele onderscheid tussen de profetische vrede van religieuze eenheid en de rabbijnse vrede van religieuze diversiteit, met alle compromissen, terughoudendheid en wederzijds respect waar die co-existentie om vraagt. De profeten formuleerden een utopische vrede, de wijzen een niet-utopisch programma voor vrede in het hier en nu. Dat is het fundamentele en originele van het idee van ‘de wegen van vrede’.”

Zondag 9 september - afscheid Harry Pals m.m.v. Janskoor

Voorganger Harry Pals

Micha 4,1-5 en Mattheus 5: 38-48
Thema: van zwaard tot ploegijzer

De twee teksten die we lezen op de eerste zondag van de cyclus over ‘vrede’, zijn ieder op hun eigen manier radicale teksten. Micha beschrijft de ‘dag die komen zal’, waarin er vrede zal zijn.  De Eeuwige zal wonen onder de mensen, recht zal klinken, zwaarden zullen omgesmeed worden tot ploegijzer. Geen werktuigen meer die tot de dood leiden, maar werktuigen van groei en bloei. Een visioen van recht en vrede, waarin het verlangen naar heelheid, doorklinkt. Is dat niet te mooi om waar te kunnen zijn? In de evangelielezing worden we zelfs opgeroepen volmaakt te zijn. Mattheus houdt ons een spiegel voor van ons eigen handelen naar menselijke maat en laat ons een glimp zien hoe de wereld eruitziet als we leven vanuit de Goddelijke maat. Niet afgemeten, maar vanuit liefde zonder angst. De beelden zijn verre van zoetsappig of makkelijk te verteren. Hoe doe je dat? Hoe weten we wat het goede is om te doen?  Durven we te vertrouwen dat Gods Naam ons de weg zal wijzen?

Zondag 16 september

Voorganger Joop Smit osa

1 Kon 4.20-5.5
Thema: Salomo, vredeskoning

In een serie over vrede mag een lezing over Salomo niet ontbreken, vredeskoning bij uitstek in het boek Koningen. Zijn naam is al een verwijzing naar de vrede (shalom). In zijn doen en laten is hij het prototype van een wijs, gebalanceerd man, met het hart op de goede plaats. Dat wordt zichtbaar in een stabiel land vol groei en bloei, welvaart. De inwoners konden bij wijze van spreken onbezorgd onder hun wijnrank en vijgenboom zitten. Welk voorbeeld is hij voor ons, vandaag? Wat maakt hem tot die wijze man, en waar bestaat het goede leven uit?

Zondag 23 september m.m.v. Janskoor

Voorganger Marian Geurtsen

Ef. 4,1-6
Thema: Een in vrede

In de brief aan de Efeziërs wordt opgeroepen tot eenheid door de kracht van de vrede. Paulus (of een latere leerling van hem) beschrijft in krachtige zinnen hoe hij de wereld ziet, wat wij mensen met God van doen hebben. In de lezing voor deze startzondag worden we opgeroepen om in eenheid te leven, om elkaar te verdragen uit liefde. Wat roepen deze beelden bij ons op? Wat betekent het om in eenheid te leven? Hoe draag en verdraag je de ongemakkelijke kanten van een ander, en van jezelf? Hoe geef je dat concreet vorm?

Zondag 30 september 2018

Voorganger Jasja Nottelman
Matt 11,28-29
Thema: innerlijke vrede

Hoe sluit je als mens vrede met jezelf? Is er rust die alle onrust stilt? Dat is wat centraal staat in deze korte en krachtige lezing van vandaag. We horen de oude woorden waar we van tijd tot tijd als mens naar verlangen, als een bron in de woestijn. Er zijn wegen naar rust en innerlijke vrede. Er is een stemt die klinkt, ons roept en bemoedigt. Een plek waar we thuis mogen zijn. En paradoxaal komen we thuis bij onszelf als we de Ander in het centrum plaatsen, in plaats van onszelf: ‘onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in u’ zei de kerkvader Augustinus al.

Vrede als een verlangen van ons eigen hart, tegen ons rusteloze zoeken in, in de alle hoogte- en dieptepunten van ons leven, in de praktijk van alledag. Zoals frère Roger het omschrijft in zijn leefregel, de bronnen van Taizé: De vrede diep vanbinnen maakt het heel licht om opnieuw op weg te gaan, als tegenslag of ontmoediging op je schouders drukt. Dan ontluikt wat verwondering mooi maakt, dichterlijke ingeving, eenvoud van leven.