Waar gaat het zondag over?

Cyclus “Benedictus – het Goede Leven” 8 april t/m Pinksteren 20 mei 2018
Inleiding

In deze cyclus staat de Regel van Benedictus, een monnik uit de 6de eeuw, centraal. Benedictus wordt gezien als de grondlegger van het Westerse kloosterleven. Hij heeft een dun boekje geschreven waarin hij probeert richtlijnen te geven voor het leven van God-zoekers die met elkaar samenleven en met elkaar leerlingen zijn op de weg die zij met God gaan en God met hen.

Soms staan er hele praktische regels in, soms meer spirituele en soms lezen wij dingen over hoe dat samenleven gereguleerd moet worden die bij een eerste lezing voor ‘moderne’ mensen dwingend, dominant of zelfs wat achterhaald dwaas kunnen overkomen.

Toch leven hele kloostergemeenschappen anno nu nog naar deze Regel en verschijnen er geleerde en populaire boeken over wat Benedictus de kloosterling en vooral de hedendaagse mens daarbuiten te zeggen heeft. Denk bijvoorbeeld aan de cursussen Benedictijns-timemanagement.

Een werkje uit de 6de eeuw spreekt nog steeds tot de verbeelding en geeft nog steeds richtlijnen voor God-zoekers in alle facetten. Benedictus is schatplichtig aan de kloostertradities voor hem. Daar put hij uit, maar vooral put hij uit de Schriften. De Regel staat vol van citaten uit de Bijbel.

Wat Benedictus hoopt is dat zijn Regel geen dwingende wet is, maar een didactische handreiking voor mensen die de leerschool van het leven met God willen binnenstappen. Hij is daarin vaak meer pragmatisch dan belerend ‘geef wat iedereen nodig heeft, dat verschilt per mens’.

Hij begint de proloog met de uitnodiging te luisteren met het hart. In de afsluiting geeft bij blijk van grote wijsheid door iedereen, inclusief zichzelf, een beginneling op de weg te noemen.

Zijn pogingen om handreikingen te geven zijn er op gericht om mensen op weg te helpen de beste mens te worden die zij mogen zijn. Benedictus gunt iedere beginneling het Goede Leven.

In deze cyclus is er telkens een stukje van de Regel gekoppeld aan een Schrifttekst waarin een thema van Benedictus naar voren komt. Voor Benedictus was zijn Regel een handreiking bij de Schrift. De thema’s die Benedictus aanreikt zijn gericht op het Goede Leven, hulpmiddelen die je op weg helpen om de mens te worden die God weet dat jij en ik kunnen zijn.

Lees ook zelf eens in De Regel van Benedictus in het Nederlands

Bij het studeren voor deze cyclus is gebruik gemaakt  van de vertaling van de Regel vanuit het boek:
De Regel van Benedictus, Vertaling met Latijnse brontekst, Patrick Lateur, Lannoo, 2010

Zondag 8 april 2018 - Delen, naar ieders behoefte

Voorganger Thea Peereboom

Regel van Benedictus lezing: 55 : 15-22 (over bezit van de broeders)

Schrift lezing: Handelingen 4, 32-35

Tekst uit de Regel:

Als beddengoed moeten een mat, een licht en een zwaar deken, en een hoofdkussen volstaan.

Die bedden moeten wel geregeld door de abt worden gecontroleerd om te zien of er geen persoonlijk bezit te vinden is. En wanneer bij iemand iets wordt gevonden wat hij niet van de abt heeft gekregen, krijgt hij een zeer zware sanctie. Om deze kwaal van de persoonlijke eigendom met wortel en al uit te roeien, zal de abt hun alles geven wat zij nodig hebben, namelijk pij, onderkleed, sandalen, schoenen, gordel, mes, schrijfstift, naald, zakdoek, schrijftafeltje. Zo voorkomt hij elk voorwendsel dat men iets nodig had.

Maar hierbij moet de abt wel altijd rekening houden met volgende zin uit de Handelingen van de apostelen: ‘Aan iedereen gaf men naar ieders behoefte.’ Bijgevolg zal ook de abt rekening houden met de zwakheden van wie behoeftig zijn, niet met de kwade wil van wie afgunstig zijn. Toch moet hij in al zijn beslissingen denken aan het oordeel van God.

Zondag 15 april 2018 - Neig het oor van je hart

Voorganger Johanneke Bosman

Regel van Benedictus lezing: Proloog, 1- 4 (over luisteren met je hart en op weg gaan)

Schrift lezing: 1 Korintiërs 15,10

Tekst uit de Regel:

Luister aandachtig, mijn zoon, naar wat je meester voorschrift en neig naar hem het oor van je hart. Aanvaard gewillig de aanmaning van een milde vader en voer haar vastberaden uit. Zo keer je door gehoorzaamheid en inspanning terug tot Hem van wie jij je door laksheid en ongehoorzaamheid had verwijderd. Tot jou dus richt zich nu mijn woord, wie je ook bent, tot jou die van je eigen wil afstand doet en de machtige en roemvolle wapens van de gehoorzaamheid opneemt om in dienst te treden van Christus de heer, de ware koning.

Zondag 22 april 2018 - Omgaan met elkaar

Voorganger Joop Smit o.s.a, m.m.v. het Janskoor

Regel van Benedictus lezing: 61: 1-14 (over hoe men vreemde monniken moet opnemen)

Schrift lezing: Matteüs 7, 7-12

Tekst uit de Regel:

Wanneer een vreemde monnik uit afgelegen streken zich onverwachts aandient en als gast in de abdij wil verblijven, wanneer hij tevreden is met de lokale levenswijze die hij aantreft en het abdijleven niet verstoort met zijn excessieve eisen, maar eenvoudigweg tevreden is met wat hij aantreft, dan zal men hem opnemen voor zolang hij dat wil.

Als hij op een echt redelijke manier en met nederigheid en liefde enkele kritische bedenkingen geeft of opmerkingen maakt, zal de abt in zijn wijsheid overwegen of de Heer hem toevallig niet juist daarom heeft gezonden.

Wil hij later een duurzame verbintenis aangaan, dan mag men deze wens niet afwijzen, vooral omdat men in de periode dat hij te gast was zijn manier van leven kon leren kennen. Werd hij in de tijd dat hij gastvrijheid genoot veeleisend bevonden of vol fouten, zal men hem niet alleen niet opnemen in de communauteit van de abdij, maar men zal hem ook beleefd zeggen dat hij moet vertrekken om te vermijden dat zijn droevig gedrag ook anderen aantast.

maar als het zo is dat er geen reden is om hem eruit te zetten, zal men hem niet alleen op zijn verzoek opnemen en aan de communauteit verbinden, maar zal men hem ook overreden om te blijven. Anderen kunnen dan uit zijn voorbeeld leren en men dient toch overal dezelfde Heer, overal vecht men voor dezelfde Koning. En als het voor de abt duidelijk is dat hij het verdient, dan mag hij hem zelfs een wat hogere rang toekennen. Trouwens, niet alleen de monnik, maar ook iemand van de bovenvermelde rangen van priesters en lagere geestelijkheid kan de abt een hogere plaats geven dan bij hun intrede, als het voor hem duidelijke is dat hun levenswijze dat verdient.

De abt moet er zich wel voor hoeden een monnik uit een ander hem bekend klooster voorgoed op te nemen zonder de instemming van diens abt of zonder een aanbevelingsbrief, want er staat geschreven: ‘Wat je niet wilt dat jou geschiedt, doe dat een ander niet aan.’

Zondag 29 april 2018 - De ander tegemoet treden

Voorganger Trees van Montfoort

Regel van Benedictus lezing: 53, 1- 15  (over het ontvangen van gasten)

Schrift lezing: Mattheüs 25, 35- 40

Tekst uit de Regel:

Alle gasten die zich onverwachts aandienen, moeten ontvangen worden als waren zij Christus, want zelf zal Hij zeggen; ‘Ik was een vreemdeling en jullie namen Me op.’ En aan allen wordt de gepaste eer bewezen, vooral aan onze geloofsgenoten en aan vreemdelingen.

Zodra dus een gast wordt aangekondigd, zullen de overste en de broeders hem tegemoet lopen met alle liefdevolle gedienstigheid. eerst bidden zij samen en omhelzen elkaar dan in vrede. deze vredeskus wordt pas gegeven nadat men heeft gebeden omwille van de misleiding van de duivel. Bij de begroeting zelf moet alle nederigheid worden betoond tegenover alle gasten die aankomen of vertrekken.  Men buigt het hoofd of men werpt zich volledig op de grond en zo aanbidt men in hen Christus, die men inderdaad ook ontvangt. na de ontvangst leidt men de gasten mee voor het gebed en daarna gaat de overste of iemand die hij de opdracht gaf, bij hen zitten. Om hem te stichten zal men in het bijzijn van de gast uit de goddelijke wet voorlezen en daarna worden hem alle blijken van gastvrijheid betuigd. Omwille van de gast verbreekt de overste zijn vasten, behalve wanneer te toevallig een speciale vastendag is die men niet mag schenden. De broeders van hun kant gaan gewoon door met vasten. Over de handen van de gasten giet de abt water, de voeten van alle gasten worden gewassen zowel door de abt als door de hele communauteit. En na het wassen zegt men het volgden vers: ‘God, wij hebben uw barmhartigheid ontvangen in het midden van uw tempel.’

Men zal vooral aandacht en zorg besteden aan de opvang van armen en vreemdelingen, omdat men in hem Christus nog meer ontvangt.

Zondag 6 mei 2018 - Zegen door zwijgen en spreken

Voorganger Harry Pals, m.m.v. het Janskoor

Regel van Benedictus lezing: 6,1-6 (over de kunst van het spreken en het zwijgen)

Schrift lezing: Spreuken 10,11-22a

Tekst uit de Regel:

Laten wij doen wat de profeet zegt; ‘Ik man me voor toe te zien op mijn levensweg, om mijn tong voor zonde te behoeden. Ik heb een wacht geplaatst bij mijn mond. ik heb gezwegen, mij nederig betoond en me zelfs onthouden van goede woorden.’ Hier laat de profeet zien dat men met het oog op de zwijgzaamheid soms af moet zien van goede gesprekken en men dus des te meer op moet houden met slechte, want die zonde wordt gestraft. Bijgevolg mag men ook aan volmaakte leerlingen maar zelden de toestemming geven om te spreken omwille van het belang van het zwijgen, zelfs als het gaat om goede, gewijde en verheffende gesprekken. Want er staat geschreven: ‘In een vloed van woorden zul je niet ontsnappen aan de zonde’, en elders: ‘De tong heft macht over leven en dood.’ Overigens, de meester komt het toe te spreken en te onderwijzen, zwijgen en luisteren moet de leerling doen.

Zondag 13 mei 2018 - Me, myself and I

Voorganger Jasja Nottelman

Regel van Benedictus lezing: 7, 1-8 (over de kunst van de nederigheid en het eigen ego opzij zetten)

Schrift lezing: Lucas 14,7-11

Tekst uit de Regel:

Broeders, de roepstem van de goddelijke Schrift klinkt tot ons met de woorden: ‘Al wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’ Door zo te spreken wijst zij ons er dus op dat elke zelfverheffing een vorm van hoogmoed is. dat de profeet zich daarvoor hoedt, geeft hij aan waar hij zegt: ‘Heer, mijn hart is niet trots, niet hoogmoedig mijn blik, ik zocht niet naar grootste dingen, niet naar wonderen die mij te boven gaan.’ Maar wat zal er gebeuren als ik niet nederig was in mijn denken, als ik mijn ziel heb verhoogd? – Mijn ziel zult u behandelen zoals een zuigeling, die weggehaald is van de moederborst.

Broeders, willen wij dan ook het toppunt bereiken van de hoogste nederigheid en snel tot die hemelse verheffing komen waarnaar wij opklimmen langs de nederigheid tijdens ons leven op aarde, dan moeten wij ons handelen afstemmen op de hemel en zo die ladder opzetten die Jakob in een droom voor ogen kwam en waarlangs hij engelen zag afdalen en omhooggaan. Ongetwijfeld betekent dat afdalen en omhooggaan voor ons niets anders dan dat men door zelfverheffing afdaalt en door nederigheid omhooggaat.

Nu is die opgerichte ladder ons leven in deze wereld dat door de Heer wordt opgezet tot in de hemel, als wij nederig van hart zijn.

Zondag 20 mei 2018 - Pinksteren, Geestige werktuigen van God

Voorganger Johanneke Bosman

Regel van Benedictus lezing: 4, 1-43 (over werktuigen om goed te handelen)

Schrift lezing: Handelingen 2, 1-11
Schrift lezing: Johannes 15,26-27; 16,12-15

“Vooreerst God de Heer liefhebben met heel zijn hart, met heel zijn ziel, met heel zijn kracht; vervolgens de naaste als zichzelf. Daarna: niet doden, geen overspel plegen, niet stelen, zijn zinnen niet zetten op wat van een ander is, geen vals getuigenis afleggen, alle mensen in ere houden, en een ander niet aandoen wat men niet wil dat aan zichzelf geschiedt.
Zichzelf verloochenen om Christus te volgen. Zichzelf harden, geen grote waarde toekennen aan genoegens, van vasten houden. Armen te eten geven, een naakte kleden, een zieke bezoeken, een dode begraven. Wie in nood is te hulp komen, troosten wie treurt.
Zich afkeren van de wereldse manier van doen, niets verkiezen boven de liefde van Christus.
Niet handelen in woede, geen tijd vrijmaken voor rancune. Geen bedrog koesteren in het hart, geen valse vredesgroet brengen. De naastenliefde niet achterwege laten. Niet zweren uit vrees voor mogelijke meineed, de waarheid spreken met hart en lippen.
Geen kwaad met kwaad vergelden. Geen onrecht plegen, integendeel het aangedane onrecht met geduld verdragen. Zijn vijanden liefhebben. Wie ons uitschelden, niet terug uitschelden, veeleer zegenen.
Niet eigenzinnig optreden, niet te veel drinken, niet te gulzig eten, geen langslaper zijn, niet lui zijn, niet voortdurend morren, niet kleineren.
Zijn hoop stellen in God. Ziet men iets goeds bij zichzelf, dan moet men het toeschrijven aan God, niet aan zichzelf; van het kwaad daarentegen zal men steeds erkennen het zelf te hebben bedreven en het zichzelf toerekenen.”

Cyclus ‘Pelgrimeren' - 27 mei t/m 8 juli 2018

Inleiding

Ultreïa ! Ultreïa ! Et suseia! Deus adjuva nos !
Vooruit! En verder! Rechtdoor! Moge God ons helpen!

Pelgrimeren, het is een woord dat vele associaties oproept: op-weg gaan; je huis verlaten; lopen; naar een bedevaartsplek trekken; ontberingen; ontmoetingen; heiligen; ‘iets’ met God zoeken; in beweging zijn; bezinning; bekering.
Pelgrimeren als hobby, als sport of uit devotie in de huidige tijd. Pelgrimeren om dichter bij God te komen door het bezoeken van een heilige plek, als straf, om genezing te vinden of als avontuur in vroeger tijden. Allemaal elementen die mee klinken bij dat ene woord pelgrimeren.

Pelgrimeren (op-weg gaan), zouden we voorzichtig kunnen zeggen, kan een drievoudige ontmoeting in gang zetten. De ontmoeting met jezelf, de ontmoeting met anderen, de ontmoeting met Christus/God.

In deze cyclus mogen de verschillende facetten van dat Pelgrimeren aanbod komen.
Als onderstroom dient de Camino de Santiago, De Pelgrimsweg naar Santiago de Compostella. De plaats waar de apostel Jacobus de Meerdere uiteindelijk begraven zou zijn en vanaf de Middeleeuwen een bedevaartsplaats is ontstaan. Door heel Europa lopen pelgrimswegen naar Santiago die anno 2018 nog steeds, of weer in gebruik zijn.

Mensen onderweg, met zichzelf, elkaar, God toen op de oude wegen, nu op eigentijdse wegen van leven en zinzoeken. Op de weg naar Santiago de Compostella riep men elkaar toe: Ultreïa ! Wat zo iets betekent als ‘Vooruit’ ‘Rechtdoor’! De ander antwoordde dan: Et suseia! ‘En verder!’
Rode draad bij deze cyclus is het pelgrimslied ‘Ultreïa’ , en dan met name het refrein.

Ultreïa ! Ultreïa ! Et suseia! Deus adjuva nos !
Vooruit! En verder! Rechtdoor! Moge God ons helpen!

Zondag 27 mei 2018

Voorganger: Harry Pals

Thema: Als leerling op weg gezonden. Ultreïa! 

Lezing: Lucas 10: 1 – 16 en Psalm 125

Vooruit! Gezonden worden om je huis te verlaten en op weg te gaan met een boodschap, een ideaal. Deze opdracht van Jezus klinkt door vanuit de zending die de leerlingen met Pinksteren kregen.
Vooruit! Ultreïa! Hup, in de benen!
Maar zoals in de lezing en de psalm te lezen is, dat houdt nogal wat in…Het Ultreïa klinkt misschien als een bemoediging om op weg te gaan.

Zondag 3 juni 2018 Tienerviering m.m.v. Janskoor

Voorganger: Marian Geurtsen

Thema: Op weg met God. Et suseia!

Lezing: Genesis 12: 1 – 9

God vraagt Abraham iets bijzonders te doen: verlaat je huis en ga met mij mee. Dat is nogal wat! En Abraham, die doet dat nog ook. Blijkbaar is er een vertrouwen tussen God en Abraham, waardoor Abraham op weg gaat. Hij trekt weg naar onbekende plaatsten en dan nog verder. Et suseia!
Ga op weg en nog verder!

Hoe doen wij dat eigenlijk? Als iemand iets van ons vraagt, gaan wij dan? Wie weet wat je tegenkomt! Wie weet wat je moet doen! Abraham en God hadden blijkbaar zo een bijzondere band, dat Abraham het wel aan durfde om op weg te gaan.
Durven wij het aan om zonder de bestemming op weg te gaan? En sterker nog; dan nog verder te gaan?
Et suseia!

Zondag 10 juni 2018
Voorganger: Thea Peereboom

Thema: Louterend lopen. Deus adjuva nos!

Lezing: Mattheus 4: 23 – 25 en Psalm 130

Lopen, beweging kan meer zijn dan je verplaatsen van A naar B. Lopen kan louteren.
Lopen in de wind, door een landschap van lucht, aarde , water kan je hoofd leeg blazen, kan je adem op gang brengen kan je energie geven om fris tegen dingen aan te kijken. Het laat van alles in je lichaam stromen wat ruimte kan geven.
In de lezingen van deze viering zien we Jezus rondtrekken en genezing brengen. In de psalm horen we een roep om loutering en het vertrouwen daarop. In beweging komen kan louterend zijn, voor ons zelf en voor anderen. Deus adjuva nos ! Moge God ons daarbij helpen.

Zondag 17 juni 2018 Jubileumviering Janskoor

Voorganger: Harry Pals

Thema: Vooruit en verder! Ultreïa et suseia!

Lezing: Jacobus 1: 16 – 27

Feest vandaag! Het Janskoor heeft een bijzonder jubileum, al 40 jaar trekken zij in steeds wisselende samenstelling met elkaar op. Zij trekken op langs de liturgische tijden, jaar na jaar. In de gemeenschap trekken zij met elkaar op in lief en leed en zij vertolken oude en nieuwe woorden als God-zoekers op de pelgrimsweg van het leven.
De woorden van Jacobus, misschien wel de apostel Jacobus, geven handvatten om ( als zangers) met elkaar op te trekken op de gelovige weg van het leven. Ze sporen ook aan om niet stil te staan als je ‘het’ gevonden denkt te hebben.

Vooruit en verder! Ultreïa et suseia! Daar staan we bij stil in deze viering. Dat het koor binnen de gemeenschap vooruit en verder gaat. Dat wij als individu en gemeenschap als God-zoekers vooruit en verder mogen gaan. Ultreïa et suseia!

Zondag 24 juni 2018 Roze Zondag (Johannes de Doper)

Voorganger: Jasja Nottelman

Thema: Samen als broeders en zusters! Deus adjuva nos!

Lezing: Marcus 1: 1 – 15 en Psalm 133

Deus adjuva nos ! Moge God ons helpen om als broeders en zusters samen te leven. Dat is waar deze vering over mag gaan. Samen optrekken op de weg van het leven. Samen proberen, net als Johannes de Doper de weg te bereiden voor een inclusieve en vrije samenleving.
Vandaag is ook de feestdag van Johannes de Doper, de naamgever, de patroon van onze kerk. Johannes roept op tot een samenleving die als een spiegel mag zijn van het komende Koninkrijk Gods. Als wij als broeders en zuster kunnen samenleven, kunnen ook wij een spiegel zijn van het komende Rijk Gods.
Deus adjuva nos !

Zondag 1 juli 2018 m.m.v. Janskoor

Voorganger: Johanneke Bosman

Thema: Jezelf tegenkomen onderweg. Et suseia!

Lezing: Lucas 2: 41 – 52

En verder! Et suseia! Op de pelgrimsweg die we ook wel het leven noemen gebeurt er enorm veel. Je trekt met mensen op, je raakt mensen kwijt. Je volgt een pad, soms ben je het spoor een beetje bijster.
Al deze dingen zitten in de lezing van vandaag. Het gezin van Jezus gaat op pelgrimstocht, beleeft dingen, ontmoet medereizigers, raakt elkaar kwijt, vindt elkaar terug en leert onderweg.
Als je op weg bent, dan kom je in al deze dingen jezelf tegen. Soms geeft dat mooie inzichten die je met positieve gevoelens vullen. Soms precies het tegenovergestelde, dan gaan er dingen schuren, komen er dingen op losse schroeven te staan. Maar dan toch: Et suseia! En weer verder trekken…..

Zondag 8 juli 2018 Kinderviering

Voorganger: Johanneke Bosman

Thema: Ontmoeten onder weg. Ultreïa!

Lezing: Lucas 24: 13 – 35

In het verhaal van de Emmaüsgangers komen twee vrienden Jezus tegen terwijl zij dat in eerste instantie helemaal niet door hebben! Ze lopen samen op, praten met elkaar, leren van elkaar en eten met elkaar. Dan valt het kwartje! Het is Jezus met wie zij aan tafel zitten!
Als wij onze huisdeur uit stappen komen we een hele boel mensen tegen. Leuke mensen, minder leuke mensen, mensen waar je iets van kunt leren, mensen die misschien wat hulp kunnen gebruiken.
In deze kinderviering gaan we met kinderen en volwassenen op weg. We trekken er op uit om elkaar te ontmoeten en andere mensen te ontmoeten.
Vooruit! We gaan! Ultreïa!

Cyclus Daniël – ‘Trouw zijn aan je afkomst’ - 15 juli t/m 5 augustus
Inleiding

De cyclus gaat over het Bijbelboek Daniël. Dit Bijbelboek is genoemd naar de hoofdpersoon. Die heeft de naam van een legendarische figuur uit de Joodse profetische traditie, die in één adem genoemd werd met rechtvaardigen als Noach en Job: Daniël (zie bijv. het boek Ezechiël, 14 : 14-20; 28 : 3; zijn naam betekent ‘God (is) recht’). De verhalen over hem spelen enkele eeuwen eerder dan de tijd van ontstaan: ten tijde van de Babylonische ballingschap (597-539 voor het begin van onze jaartelling). Er wordt verteld hoe deze Daniël met zijn vrienden terecht gekomen is aan het hof van de Babylonische koningen. En hij en zijn vrienden blijven met heel hun leven trouw aan hun Joodse traditie, aan hun God, de God van Israel; en deze God redt hen uit alle gevaren die hen vanwege hun trouw bedreigen.
De strekking van het boek lijkt daarmee te zijn: wat toen buiten het eigen Joodse land kon, moet in deze tijd binnen het land zeker kunnen: het bewaren van de identiteit als Gods bijzondere volk. Alle brandende thema’s van de eigen tijd komen terug: wat eet je wel en niet? Welke macht aanbid je? Wie is God voor je? De schrijver wil de lezers dus bemoedigen om vol te houden en niet mee te gaan met wat vreemde heersers af willen dwingen – want God is het volk trouw.

Deze dingen waren essentieel in de tijd van ontstaan. Het boek is hoogstwaarschijnlijk geschreven in de tijd van de Makkabeeën (167-164 voor onze jaartelling) en daarmee één van de jongste boeken van Israëls bijbel. De Makkabeeën waren Joodse verzetsstrijders die in opstand kwamen tegen de onderdrukking door een Syrische vorst, Antiochus IV Epifanes. Die beschouwde zichzelf als een ‘verschijning’ (‘Epifanes’) van God. Hij wilde het volk opnemen in de grote wereld van die tijd, die gestempeld was door de Griekse (Hellenistische) eenheidscultuur. Daarom moesten alle bijzondere, eigen-aardige Joodse gebruiken verdwijnen: de sabbat, de spijswetten, de besnijdenis. Die werden verboden en met grof geweld verhinderd, want ze pasten niet in een algemene religiositeit. Religie moest losgekoppeld worden van eten en drinken en samenleven, van de morele en politieke keuzes in de samenleving; de machthebbers moesten ongestoord hun gang kunnen gaan.
Voor wie er oog voor heeft zijn er allerlei parallellen te zien met onze geseculariseerde tijd, waarin religie hooguit geduld wordt als privé- of groepszaak. Maar dan is de kans levensgroot dat ratio, markt en geweld als onvermijdelijke goddelijke vanzelfsprekendheden vereerd worden… De vraag: Wie is God over je? Is een levensvraag, met consequenties voor heel het leven en samenleven.

Het boek Daniël is een onderdeel van de 3e afdeling van de Joodse bijbel (de ‘Tenach’, het zg. ‘(Al)Oude’ Testament’): de Geschriften. Na de eerste twee centrale afdelingen van die bijbel: Thorah en Profeten, vertellen de Geschriften over hoe mensen de kernverhalen van God en het Godsvolk gehoord hebben, hoe ze ermee geleefd hebben, in klaagzang en lofzang, in politieke en persoonlijke wijsheid, in hoop en vrees.
Daarover vertelt ook het boek Daniël een eigen, sprekend verhaal. We lezen de vier meest bekende verhalen uit het eerste deel.

Zondag 15 juli 2018: Eigen eten redt: vier gezonde jongens

Voorganger: Harry Pals
Lezing: Daniël 1 

Daniël en zijn vrienden worden geïntroduceerd: Joodse jongeren die na de val van Jeruzalem aan het hof van koning Nebukadnessar komen, om daar te worden opgeleid tot hoveling. Hoe kunnen ze in die omstandigheden hun identiteit als Joden bewaren? Dat heeft ook met eten en drinken te maken. Daniël levert de proef op de som: de Joodse levensregels (in dit verhaal: de spijswetten) brengen leven en wijsheid..
Welke wijsheid zit er in onze keuzes rond het eten?

Zondag 22 juli 2018 - Buigen of branden: de vuuroven

Voorganger: Cees van Steenis
Lezing: Daniël 3 

De drie vrienden van Daniël weigeren te buigen voor een groot godenbeeld dat koning Nebukadnessar heeft opgericht ter meerdere glorie van zichzelf. Daarom worden ze in een laaiende vuuroven gegooid. Dan blijkt er een vierde persoon bij hen in de oven rond te wandelen – een engel, denkt de koning. Dat is hun redding: de drie worden ongedeerd uit de oven gehaald, tot eer van Israëls God. In latere tijden is het verhaal van de vuuroven opgerekt met een smeekgebed en een loflied.
Voor wie of wat buigen wij?

Zondag 29 juli 2018 - Gewogen en te licht bevonden: de hand op de wand
Voorganger: Harry Pals
Lezing: Daniël 5 Gewogen en te licht bevonden: de hand op de wand

Tijdens een groot feest laat de nieuwe Babylonische koning Belsassar het gerei uit de tempel van Jeruzalem halen om te gebruiken voor zijn schrans- en zuippartij. Dan verschijnt er een hand op de wand, die in een onleesbare taal iets opschrijft. De koning wordt doodsbang, maar de koningin weet nog van Daniël. Die wordt gehaald om de uitleg te geven: de koning wordt te licht bevonden, zijn koningschap komt ten einde. Diezelfde nacht nog wordt Belsassar gedood.
Welk gewicht leggen wij met onze levens in de schaal, in onze tijd?

Zondag 5 augustus 2018 - Liturgie als verzetsdaad: Daniël in de leeuwenkuil

Voorganger: Cees van Steenis
Lezing: Daniël 6 

Onder weer een nieuwe koning, Darius, wordt Daniël in een val gelokt door jaloerse tegenstanders. Hij bidt elke dag openlijk in de richting van Jeruzalem, ondanks een verbod om tot een andere god dan de eigen koning te bidden. Daarom wordt hij in de leeuwenkuil gesmeten, overgeleverd aan de wilde beesten. Maar de leeuwen laten hem ongedeerd. De vroeg-christelijke kunst vond in dit verhaal de inspiratie voor prachtige afbeeldingen.
Zitten er elementen van verzet in onze vieringen van de liturgie?