Een groep van 8 EUG’ers heeft zich ertoe gezet om in deze vastentijd samen in 6 maandagmiddagen het hele boek Job te lezen, de tekst zelf. We vinden het een mooie toevoeging aan deze tijd. Vandaag begonnen we met de hoofdstukken 1, 2 en 3. Een kleine impressie.

In hoofdstuk 1 wordt ons Job gedramatiseerd getekend. Het is een beetje ‘over de top’, zo vroom en goed als hij is. Maar de Eeuwige lijkt wel trots op hem en schept over hem op in zijn hemelse hofhouding. Dan ontstaat er een vreemde weddenschap – of is het een experiment met Job als proefdier? Job raakt zijn bezit en zijn kinderen kwijt, maar blijft de Eeuwige zegenen, want alle geven en nemen is Gods goed recht – da– is kennelijk Jobs geloofsvisie.

In hoofdstuk 2 wordt Jobs vrouw onderdeel van zijn beproeving. Was ze al kritisch over Jobs vroomheid? Wat bijzonder dat dan de 3 vrienden van Job 7 dagen en nachten met hem zwijgen.

In hoofdstuk 3 vervloekt Job de dag van zijn geboorte. Dat is kennelijk geen zonde tegenover God. Dan komt Job eindelijk met zijn vragen, als hij klaagt: waarom laat de Eeuwige de bittere mens zo leven? We horen geen verwijt waarom God dit hem heeft aangedaan, wel de dringende vraag: waarom laat God een mens die er zo aan toe is nog leven? ‘Wat ik duchtte is gekomen’ – leefde Job al zijn goede jaren in angst? Hij vindt geen vrede, geen rust. Zo eindigt Job hier zijn klacht.