Waar gaat het zondag over?

Cyclus “Ignatius” - 11 augustus t/m 1 september 2019

Inleiding

Ignatius van Loyola werd in 1491 geboren in Spaans Baskenland in een adellijke omgeving. De wereld van Ignatius bestond uit de ‘seks-drugs-en rock-en-roll’ van zijn tijd: vrouwen, gewapende duels, ridderromans en aanvaringen met justitie. Ignatius is betrokken als soldaat bij een vrij zinloze verdediging van een fort bij Pamplona en raakt daarbij ernstig gewond. Naast zijn lichaam is ook zijn trots behoorlijk geraakt. Na dat hij buiten levensgevaar is en enkele behoorlijk ingrepen heeft overleefd is zijn been misvormd, de ijdelheid en trots van Ignatius maken dat hij zich opnieuw laat opereren ( niet ongevaarlijk in die tijd en zeer pijnlijk) omdat hij weer net zulke mooie bene wilde hebben als voor hij gewond raakte…

Tijdens zijn herstel krijgt Ignatius andere literatuur te lezen dan welke hij gewend was: een bloemlezing over heiligen en ‘Leven van Jezus’. Zijn ziekte en tijd op bed en wat deze boeken ingang zetten zijn het omslagpunt in het leven van Ignatius. Zijn ‘bekering’. Vanaf een bepaald moment wil Ignatius alleen nog leven in dienst van Christus. Als pelgrim gaat hij op zoek naar wat God met zijn leven wil doen. Een grillige reis volgt, zowel fysiek als geestelijk. Ignatius van Loyola bezoekt de benedictijnenabdij van Montserrat en spreekt zijn algemene biecht. Hij verblijft ruim een jaar in het naburige Manresa om een goede vorm te vinden voor zijn nieuwe leven. Hij voert een heftige innerlijke strijd. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen gegrepenheid door God en scrupuleuze wanhoop aan zichzelf. Zijn gevecht wordt de grondslag voor de spiritualiteit die hemzelf en velen na hem innerlijke vrijheid zal geven.
Als student in Parijs krijgt Ignatius vrienden die later met hem de grondslag zullen vormen van een nieuwe religieuze orde: de Sociëteit van Jezus nu bekend als de Jezuïeten. Nadat zij zich in Rome hebben gevestigd geeft Ignatius leiding aan deze nieuwe club die in 1540 door de paus wordt goedgekeurd.
In 1556 sterft Ignatius in Rome.

Ignatius laat een aantal inspirerende werken na, die binnen de spiritualiteit en het vormingswerk van de Jezuïeten nog dagelijks worden gebruikt. De bekendste zijn ‘de Geestelijke Oefeningen’ en ‘Het verhaal van de pelgrim’. In deze cyclus lezen wij naast uit de Schriften ook uit deze beide werken rond thema’s die kenmerkend zijn voor Ignatius en wat later de Ignatiaanse spiritualiteit is gaan heetten.

Zondag 11 augustus

Thema: God vinden in alles

Voorganger: Johanneke Bosman

Lezing: Verhaal van de pelgrim 30; Johannes 3: 31 – 34

Wie was deze Ignatius, dat hij op het snijvlak van politieke en religieuze veranderingen het zijn levenswerk maakte God te vinden in alle dingen? Terwijl reformatoren en contra-reformatoren met elkaar over straat rollebolden ontdekte Ignatius een weg door het leven die nauw verband hielt met God.
God vinden, en daarmee zelf gevonden worden was een enorme ontdekking van Ignatius. ‘God vinden in alles’, dat bleek de grote opdracht, de grote zoektocht en de vormingsweg. Die ontdekkingen heeft Ignatius door zijn verhaal op te schrijven willen openleggen voor andere mensen.
In ‘Het verhaal van de pelgrim’ horen we iets over de zoektocht en het vinden van Ignatius. ‘God schenkt in overvloed’, horen we bij Johannes. Dat ontdekken, in de woelige 16de eeuw of in de rusteloze 21ste eeuw, Ignatius zoekt met ons mee.

Zondag 18 augustus

Thema: Onderscheiding der geesten

Voorganger: Jasja Nottelman

Lezing: Geestelijke Oefeningen 1; Matteus 4: 1 – 11

De weg die Ignatius zelf heeft afgelegd in zijn leven op weg naar God en later op weg met God heeft hem het belang van het onderscheiden der geesten duidelijke gemaakt. Nadenken, bidden en op verschillende manieren onderzoeken wat de weg is die God van iedere mens vraagt, is geen standaard weg en geen kant-en-klare weg. Het is nodig te onderzoeken. Het is nodig uit te vinden of dat wat jij, als individu denkt te moeten doen in het leven, ( jouw persoonlijke roeping) ook daadwerkelijk dat is wat God van jou vraagt. Er moet onderscheidt gemaakt worden tussen het eigen ego en dat wat je bent in het licht van God; tussen je talent in nederigheid en ijdelheid; tussen iets doen omdat het sociaal zo hoort en dat wat je ten diepste zou kunnen zijn. Ook moet er onderzocht worden of jouw motivatie om iets te doen of te zijn een goede of een ‘kwade’ ondergrond heeft. Wat komt van God en wat niet? Wat is jouw weg, en wat is ingegeven door trots, hebzucht etc.? Ignatius noemt dat zoeken en vinden, ‘onderscheiden der geesten’. Wat geeft de goede Geest jou in en wat hoort er juist niet thuis in jouw leven? Dit heeft betrekking op levenskeuzes en hoe een persoonlijk leven gevormd wordt in samenspraak met God. De Schriftlezing geeft aan hoe Jezus het goede van het kwade scheidde, het zoeken van Ignatius ( gebed, gespreken, stilte, het alledaagse) kan helpen op onderzoek te gaan naar het onderscheiden van dingen in onze eigen levens.

Zondag 25 augustus

Thema: Troost en innerlijk aanvoelen van het goede 

Voorganger: Marian Geurtsen

Lezing: Verhaal van de pelgrim 7 en 8; 1 Koningen 19: 3 – 9

Dat ‘het leven niet over rozen gaat’, zal een spreekwoord zijn wat ieder van ons op een eigen manier kan herkennen. Juist als we doornen voelen, waar kunnen wij troost uit putten? Of: als we keuzes maken of op een kruispunt staan, wat beweegt ons dan een ( goede) kant op? Voor Ignatius is het nadenken over het innerlijk aanvoelen van het goede heel wezenlijk. Dat innerlijk aanvoelen geeft richting, helpt navigeren en biedt troost. Dat God troost kan bieden en een innerlijke beweging richt het goede ( zonder dat altijd meteen te specificeren!) biedt lezen we ook in het verhaal van Elia, als hij het met al zijn goede bedoelingen gewoon niet meer ziet zitten. Het lijkt misschien gek voor een voormalig ridder zoals Ignatius om van een zwaard en stoere taal naar zacht innerlijk ‘gefluister’ te gaan als richtsnoer van het leven. Toch kunnen wij van zijn verhaal, zijn bekering en zijn weg leren wat troost aanvaarden mag zijn. Misschien vinden wij ook sporen van een innerlijk aanvoelen van het goede, zodat ook wij daarnaar kunnen handelen.

Zondag 1 september

Thema: Ad majorem Dei gloriam (tot meerdere eer van God) Verwondering en dankbaarheid

Voorganger: Johanneke Bosman
Lezing: Geestelijke Oefeningen 23a en 234; Psalm 8 en Lucas 10: 21 – 22

Vanuit het diepste van zijn ZIJN, geeft Ignatius een one-liner die voor hem alles omvat wat hij in zijn leven geleerd en ontdekt heeft: Ad majorem Dei gloriam (tot meerdere eer van God). God draagt ons, God is actief bezig voor ons en met ons. Daar lof op zingen, dankbaar voor zijn en vooral altijd verwondering voelen voor alles om ons heen; daar draait het voor Ignatius om. Daar zingt Psalm 8 over en daarover schrijft Lucas. Deze one-liner is ook de dragende kracht onder zowel de ‘Geestelijke Oefeningen’ als ‘Het verhaal van de pelgrim’ en de op de Ignatiaanse spiritualiteit gestoelde opvoedkundige instituten die de Jezuïeten door de eeuwen heen door de wereld hebben opgezet.
In de afsluitende viering van deze cyclus gaan we opzoek naar verwondering en dankbaarheid, God vinden in alles tot meerdere eer van God.

Cyclus “Samen-Leven“ - 8 september t/m 29 september 2019

Inleiding

Aan het begin van het nieuwe seizoen in de Oecumenische Janskerkgemeente staat het thema samen-leven centraal. We beginnen feestelijk op 8 september met de intrede van Kees van der Zwaard als gemeentepredikant en vieren ons samen zijn als zoekende geloofsgemeenschap, levend in de schaduw van de Allerhoogste. ‘Samen-leven’ is een levenslange oefening in ons afstemmen op de ander, je onderdeel maken van een gemeenschap, je verantwoordelijk en gedragen weten door een groter geheel. Weten we ons samengeroepen door de Eeuwige, zoals ooit het volk Israël geroepen werd uit slavernij naar het beloofde land? Voelen we ons als de leerlingen die door Jezus eropuit gestuurd worden om de wereld in te gaan? Om tot aan de uiteinden van de aarde die verbondenheid en Liefde te belichamen? En welke spiegel houdt Paulus ons voor in zijn brieven aan diverse gemeenten in zijn tijd? Het stelt ook de spannende vraag naar wie wij als Oecumenische Janskerkgemeente zijn en willen zijn. Wat bindt ons samen? Hoe zijn we op een goede manier verbonden met elkaar? Hoe is daarin de verhouding tussen gemeenschap en individu, onze eigen behoeften en verlangens en dat van een groter geheel? Hoe zijn we van betekenis voor de wereld om ons heen? Wat is de verhouding tussen ons mensen en al het andere geschapene?

Zondag 8 september Intrede ds. Kees van der Zwaard en Startzondag m.m.v. Janskoor

Voorganger: Jasja Nottelman

Thema: Samen geroepen 

Lezing: Jeremia 29,1-14



De profeet Jeremia wordt geroepen door de Eeuwige, en worstelt een leven lang met zijn roeping. Zijn volk Israël is in ballingschap, verdeeld en weggevoerd naar vreemde grond, waar leven over-leven is geworden. Bij monde van Jeremia spreekt God tot zijn volk. Een worsteling van gemis en verlangen, van schuld en berouw, van radeloosheid en troost klinkt erin door. In hoofdstuk 29 stuurt Jeremia een brief naar zijn volk in ballingschap, in Babel, bakermat van de spraakverwarring. Ook op die vreemde grond worden zij opgeroepen om te gaan bloeien, om vruchtbaar te zijn, om te kiezen voor het leven, ook ten bate van diezelfde vreemde stad. De bloei van die stad, is ook jullie bloei, zegt de Eeuwige. Na 70 jaar zal het volk weer samen geroepen worden: “Jullie zullen mij zoeken en vinden, wanneer je met hart en ziel zoekt. Ik zal jullie weer samenbrengen”. 
Hoe klinkt die oproep voor ons? Weten wij ons samen geroepen als geloofsgemeenschap door de Eeuwige? Wie of wat zoeken wij met hart en ziel? Wat betekent dat voor de plek waar we leven, maar ook voor onze plaats in het centrum van de stad Utrecht?

Zondag 15 september

Voorganger: Johanneke Bosman

Thema: Ruimte voor de ander

Lezing: Mattheus 21,10-17

Het beeld van Jezus dat oprijst in dit verhaal uit het evangelie volgens Mattheus is anders dan veel mensen denk ik voor ogen hebben. Geen zachtaardigheid en kalmte, maar een vorm van geweld. Jezus komt de tempel binnen en gooit alle handel de deur uit, alles wat in tegenspraak is met het huis van gebed. Hij maakt schoon schip met het rovershol dat de tempel geworden is. Als er ruimte is ontstaan komen de blinden en verlamden naar Jezus toe, ook zij zijn anders, vallen in de samenleving makkelijk buiten de boot. Jezus brengt hen samen, verbindt hen en geneest. Zo vormen zij weer onderdeel van het grotere geheel. 
Hoe verhouden wij ons tot dat wat anders is en vreemd aan ons? Durven we de ander ook werkelijk anders te laten zijn? Waar liggen onze grenzen daarin? Hoe maken wij ruimte voor verbinding?

Zondag 22 september

Voorganger: Marieke Milder

Thema: Jezelf kunnen zijn

Lezing: 1 Kor 3,1-11

Paulus spreekt vol passie over hoe wij als mensen kunnen groeien. Hij legt steeds opnieuw de nadruk dat wij kunnen worden wie wij zijn, als we onze verbondenheid met de Eeuwige in ogenschouw nemen. Het is God die ons doet groeien, die fundament is onder ons bestaan. Paulus heeft te maken met een concrete geloofsgemeenschap in Korinthe, met mensen die de neiging hebben zich van elkaar af te zonderen, op te bieden bij wie ze horen. Dat heeft weinig te maken met hoe we als mensen bedoeld zijn, aldus Paulus. 


Hoe is dat voor ons? Wat is ons fundament? Hoe groeien we als mens, als gemeenschap? Welke betekenis heeft dat voor de wereld om ons heen?

Zondag 29 september

Voorganger:Trees van Montfort

Thema: Goed samenleven met de hele schepping
Lezing: Psalm 8

In het voorjaar 2019 is het boek ‘groene theologie’ van Trees van Montfoort verschenen, dat te maken heeft met goed samenleven met de hele schepping. Hoe verhouden wij mensen ons tot al het andere geschapene? Hoe kunnen we op niet-antropologische wijze kijken naar de Bijbel? In Psalm 8 wordt God geprezen om haar scheppingskracht. ‘Wat is dan de mens dat Gij aan ons denkt, het mensenkind dat wij U ter harte gaan’ zingt de psalm. Het stelt de vraag naar wat onze plek is onder de zon, naar onze verantwoordelijkheid. Durven wij op een nieuwe wijze te kijken naar onze wereld?